Karolien Grosemans, N-VA politica en enige vrouw in commissie Defensie

Tussen Kerstmis en Nieuwjaar ging ik even op de koffie bij Karolien Grosemans, oud-leerkracht van mij en N-VA politica in Herk-de-Stad. We spraken af bij haar thuis in Schulen, waar ze me (bewust?) ontving in een gele trui, en nestelden ons in de zetel. Met haar twee Weimaraners op de achtergrond, stelde ik haar enkele vragen over de politiek, de communicatie en haar toekomst.

Karolien Grosemans en ik bij haar thuis in Schulen. — by Sofie Mulkers
Karolien Grosemans en ik bij haar thuis in Schulen. — by Sofie Mulkers

Hoe ben je in de politiek gerold?

Karolien: “Gerold is zeker en vast de juiste omschrijving. In oktober 2005 was ik door de actualiteit aan het gaan op mijn computer en nam ik spontaan een lidkaart van N-VA. Ik wou hen steunen, meer was het eigenlijk niet. En daar ben ik nog altijd heel fier op. N-VA zat toen rond 4 à 5%, het was een heel kleine partij. Ik had geen idee dat als ik me lid maakte, dat de lokale voorzitter dat meteen in zijn mailbox kreeg (lacht). In oktober 2006 waren het gemeenteraadsverkiezingen. Na lang aandringen ben ik overstag gegaan en kwam ik op de lijst. Kort daarna in 2007 was er een vraag van N-VA Limburg om op te komen. Ik heb toen mijn CV doorgestuurd en werd uitgenodigd voor een gesprek. Het grote probleem voor politieke partijen, overal in België, is vrouwen vinden. Vrouwen die gemotiveerd zijn om op een lijst te staan. Er waren heel weinig vrouwen die toen zin hadden om op te komen. N-VA was op dat moment ook zo iets ‘marginaal’, dus het was zeker niet evident om je te outen voor die partij. Ik heb het toen heel goed gedaan, want ik ben boven de 3de opvolger gesprongen en werd ondervoorzitter van N-VA Limburg. In 2009 kwam ik in de gemeenteraad van Herk-de-Stad terecht en ben ik ook opgekomen voor het Vlaams parlement. Bij de federale verkiezingen in 2010 haalde ik dan weer een plaats in het federaal parlement. Ik werd Kamerlid en dompelde me onder in Sociale Zaken en Defensie. Later specialiseerde ik me en zetelde ik als vast lid én enige vrouw in de commissie Defensie. Zo is het allemaal begonnen… Ik gaf les op de Sint-Martinusscholen en had twee hele kleine kinderen, Jannes (2002) en Willem (2004). 2010 werd het jaar dat ik mijn hele leven heb moeten omgooien.”

Wat hield jouw functie de voorbije jaren in de gemeente en Vlaanderen exact in?

Karolien: “In 2012 ben ik opnieuw opgekomen met de gemeenteraadsverkiezingen en werd ik OCMW-voorzitter en schepen Sociale Zaken. Twee jaar later werd ik herkozen als volksvertegenwoordiger in de Kamer. Hier werd ik voorzitter van de commissie Defensie en lid van het NAVO-parlement. De combinatie voorzitter van de commissie Defensie, OCMW-voorzitter en schepen Sociale Zaken was een helse opdracht. Ik moest voor mijn gezin zorgen, ik had nog jonge kinderen die ik ook moest helpen met hun schoolwerk, ik wou tijd hebben om mijn hobby’s uit te oefenen enzovoort. Ik was gewoon niet meer thuis, ik was altijd weg.”

Ik zeg het heel eerlijk: dat was een uitdaging.

Karolien: “Als voorzitter van een commissie ben je er sowieso van het begin tot het einde om de commissie in goede banen te leiden. Zulke commissies duren vaak tot laat op de avond. Ik organiseerde hoorzittingen en activiteiten met de commissie, zoals bezoeken aan defensiebedrijven en kazernes. Ook op lokaal vlak heb ik hard moeten werken. We waren één van de duurste OCMW’s van Vlaanderen en hebben bezuinigd met €300.000 per jaar. Als schepen Sociale Zaken ben je ook altijd bezig. Er zijn ontzettend veel zaken die onder je bevoegdheid vallen: de senioren, het dienstencentrum De Cirkel, het LOKG, Kind en Gezin, GeHAR, het CAD, het CAW enzovoort. Je hebt gigantisch veel vergaderingen. Daarbuiten heb je ook nog de afdelingsvergadering, het schepencollege, de gemeenteraad, de OCMW-raad, de centrumraad, je vast bureau, het dagelijks bestuur N-VA Limburg, het arrondissementele bestuur N-VA Limburg en één zaterdag in de maand partijraad in Brussel.”

Wat hebben de afgelopen verkiezingen voor jou betekend?

Karolien: “Ik ben er nu langs gevallen, maar dat is de politiek hé. Dat is moeilijk, ik heb het daar ook echt wel een maand lastig mee gehad. We hadden een sterke lijst en hebben zó hard gewerkt. Ik had een boekje uitgebracht met wat ik allemaal heb gerealiseerd. Iedereen die een beetje in onze richting denkt, zou voor ons stemmen als je dat had gelezen. Maar we hebben gemerkt dat de mensen echt heel weinig lezen. Ik denk dat je gewoon met wat stunts moet komen, da’s het wrange soms. Moest ik er trouwens in hebben gezeten, dan had ik voor de lokale politiek gekozen. Want dat blijf je niet doen hoor, Brussel. Gemiddeld zit je daar zo’n zeven jaar en ik zit er nu al negen jaar (lacht).”

Hoe ziet jouw toekomst er nu uit?

Karolien: “Lokaal hebben we nu een hele sterke groep gemotiveerde mensen die er echt voor willen gaan. We gaan langzaamaan terug opbouwen en constructief oppositie voeren. Nooit op de man spelen, altijd op de bal. Als we kritiek hebben, zullen we altijd een alternatief geven. We hebben werkgroepen opgesteld met thema’s rond senioren, milieu, ruimtelijke ordening, wonen en dergelijke. De mensen van ons team hebben zich geëngageerd om in één van die werkgroepen te zitten. We hangen dus zeker niet in de touwen. Op nationaal niveau vermoed ik dat we gaan voort sukkelen tot 26 mei 2019. Voor vervroegde verkiezingen is een meerderheid nodig en enkel N-VA en Vlaams Belang zijn vragende partij. Ik heb binnen de commissie Defensie nog een aantal dossiers liggen: het statuut van de militair, de vervanging van onze mijnenjagers alsook de vervanging van onze drones. Ik hoop dus zeker nog een aantal dingen te realiseren en zo langzaamaan naar de bewuste dag in mei te gaan. Intussen ben ik ook de commissie Sociale Zaken gaan versterken.”

Hoe belangrijk is communicatie voor jou en hoe verloopt deze in de lokale politiek?

Karolien: “Communicatie is ontzettend belangrijk, ook in de politiek. Als je niet communiceert, dan denken de mensen dat je niets doet. Ook al werk je van ’s morgens tot ’s avonds. Politieke communicatie moet je trouwens altijd positief houden. Mensen hebben niet graag verzuurde communicatie. We willen nu vanuit de oppositie kritisch zijn, maar altijd constructief. We zullen nooit mensen door het slijk halen of lelijke dingen zeggen. Ik wil mezelf nog altijd in de spiegel kunnen kijken. Op offline vlak zijn we lokaal kampioen in het uitbrengen van huis-aan-huisbladen, meestal zo’n zes à zeven bladen per jaar. We communiceren ook heel actief huis aan huis door met een enquête langs te gaan en de antwoorden koppelen we dan terug via onze bladen. Daarnaast organiseerden we onlangs pop-up cafés per deelgemeente waar mensen konden meedoen aan gesprekken. Tot slot is overal aanwezig zijn ook één van de meest belangrijke klassieke vormen van offline communicatie. We communiceren nu ook meer online, want we merken dat sociale media echt wel de hoogte in gaan. We hebben een website en Facebookpagina die we up-to-date houden. Via videoboodschappen tonen we hoe we het huidige bestuur proberen aan te zetten tot dingen die we zouden willen. Soms kan je vanuit de oppositie meer druk zetten dan als je zelf in het bestuur zit. We hebben ook een Twitteraccount, maar daar zijn we minder actief op. Voor een lokale partij van een landelijke gemeente weet ik niet of dat zo veel effect heeft. Ook journalisten zijn minder geneigd om N-VA Herk-de-Stad te volgen. Ik heb me sinds kort ook voorgenomen om terug actief te worden op Instagram. We kregen daar veel negatieve commentaren over, maar je leert relativeren en je kweekt een olifantenvel voor degoutante communicatie. Voor de rest heb ik er geen probleem mee, iedereen mag zijn mening hebben. Liefst een beetje fair wel, wat niet altijd het geval is.

Je moet je er ook van bewust zijn dat niet iedereen zo zot is van die politiek als dat je zelf bent. Er zijn er ook die normaal zijn hé.

Karolien: “Ook de communicatie binnen de groep is ontzettend belangrijk. Je werkt samen met verschillende persoonlijkheden: mensen die veel kunnen verdragen, rustige mensen, mensen met een kort lontje, mensen met weinig ambitie die niet snel ontgoocheld zullen zijn en andersom. Je moet tussen de regels lezen en heel vaak de telefoon pakken. Je moet altijd aanvoelen wat er gezegd wordt binnen de WhatsAppgroep.”

Wat na de politiek?

Karolien: “Ik doe het allemaal nog heel graag, anders had ik al lang ‘foert’ gezegd! Ik doe het nu al twaalf jaar, wetende dat het begon met een depannerend iets en nu trek ik de hele nest (lacht). Maar dit blijf ik in ieder geval niet doen. Ik begrijp niet hoe sommigen er al zo lang zitten, die moeten volledig afgestompt zijn. We worstelen er allemaal mee: nog één keer opkomen of niet meer. En we zijn toch altijd zakkenvullers, wat we ook doen. Langs de andere kant laat het u ook niet los. Het zit altijd in uw achterhoofd, die politiek. Dat is iets geks hoor! Zelfs tijdens mijn ontspanning ben ik bezig met politiek, als ik een blad moet schrijven bijvoorbeeld, dat is voor mij ontspanning. Het lesgeven heb ik altijd heel graag gedaan. Ook het contact met mijn leerlingen liep altijd supergoed. Maar ik weet niet of ik het nog kan. Ik zou ook niet alles meer aanvaarden, zeker niet hoe je iets moet doen. Ik weet dus niet of het een cadeau zou zijn voor mijn collega’s, noch voor mijn leerlingen. Het is er ook zo geëvolueerd. Ik ben gestopt toen Smartschool net zijn intrede deed en de elektronische leerlingendossiers werden geïntroduceerd. Ik schreef nog met krijt! Door de politiek geraak je vrijgevochten, je bent voor een groot stuk je eigen baas, zowel lokaal als nationaal. Je volgt de N-VA-richting, maar hoe je dat invult kies je zelf. Dus ik denk dat ik toch zal uitkijken naar iets anders dan lesgeven, maar het zal heel lastig zijn. We zullen zien…”

This article was originally published on comma