Liespijn bij atleten [Testen van functie & beperking]

Inleiding

Eerder bespraken we hoe je atleten met liespijn diagnosticeert en wat de toegevoegde waarde van medische beeldvorming (MBV) zou zijn. Klinisch onderzoek vind je hier, en MBV hierzo.

De meeste atleten zijn net zoals alle andere mensen: koppig. Ze negeren hun klachten en spelen verder. Vaak is dit perfect mogelijk maar na verloop van tijd treden er compensaties op en vermindert de functie en prestatie van die persoon. Vandaar dat we nog een artikel besteden aan het bespreken van ROM, kracht, functioneren en prestatie.

Heup ROM

De evidentie hiervan is wat tegenstrijdig. Een relatief recente systematic review (2016) vond geen significante verschillen tussen atleten met en zonder FAI. De klinische meerwaarde in het meten van ROM blijft dus onduidelijk, wat overigens absoluut niet wilt zeggen dat het afgeraden wordt. Het is bijvoorbeeld belangrijk om te weten of een mogelijke ROM restrictie komt door de benige morfologie (zoals bv. FAI), kraakbeen/labrum schade of juist door muscle guarding. Dit is een beschermend mechanisme van het lichaam om pijn en/of schade tegen te gaan. Het eindgevoel speelt hier een belangrijke rol.

by Road Runners
by Road Runners

Heup kracht

Iets wat keer op keer terug lijkt te komen is de verminderde kracht in de heup bij atleten met liespijn. Dit in individuen met FAI syndroom, adductor-gerelateerde pijn, pubis-gerelateerde pijn of bij sporters met een geschiedenis van heup-artroscopie. Een tekort aan kracht in de adductoren is hier de koploper hoewel verminderde (>20%) abdominale en abductie kracht ook gezien wordt bij atleten met pubis of adductor gerelateerde klachten.

Copenhagen 5 sec. squeeze test

Dit testje krijgt een aparte tussentitel gezien zijn validiteit, betrouwbaarheid en moeiteloze uitvoering volgens een studie van 2017. Atleten die op een numeric rating scale (NRS) ≥6/10 scoorden op vlak van pijn (10 = hoogste) bij deze 5 seconden maximale squeeze rapporteerden hogere beperkingen tijdens sporten volgens de HAGOS (later besproken). Dit betekent dat het mogelijk geen goed idee is om deze atleet te laten spelen. Een score van 3-5 suggereert aanpassingen in activiteiten (load-management) en 0-2 betekent klaar om te spelen.

Thorborg et al (2017)
Thorborg et al (2017)

Functie en prestatie

Single leg stance, single leg squat en star excursion balance test © lijken nuttige tests te zijn voor atleten met lies en heuppijn hoewel de bevindingen niet consistent zijn. Dit is wel het geval bij een duidelijke pathologie of een historiek van chirurgie. Momenteel lijken bewegingsanalyses in een 3D laboratorium setting veelbelovend en zijn er duidelijke beperkingen te zien bij atleten. Het is enkel nog niet geweten hoe dit klinisch toegepast kan worden. Ter vervanging kan een performance-test zoals de 10 m cutting test (D) herhaaldelijk afgenomen worden om verbeteringen of regressies bij te houden.

Thorborg et al (2017)
Thorborg et al (2017)

Patient rated outcomes

Atleten met een liesletsel scoren lager op vragenlijsten die functie, pijn, participatie/performance en kwaliteit van leven nagaan. De hip and groin outcome score (HAGOS) is betrouwbaar, valide en responsief aan veranderingen voor deze atleten. De meeste atleten zullen jammer genoeg pas hulp zoeken wanneer deze score onder de 50/100 ligt.

Andere posts over dit onderwerp:

Klinische onderzoek

Medische beeldvorming

Evidence based management

Referenties:

https://www.jospt.org/doi/10.2519/jospt.2018.7850

https://bjsm.bmj.com/content/50/19/1180.long

https://bjsm.bmj.com/content/51/7/594.long

This article was originally published on physiotherapy