Dalilla Hermans: "Het overgrote deel van de Vlaming is stil maar heeft het hart wel op de juiste plaats"

By Niels Tulleneers
By Niels Tulleneers

Dalilla Hermans is niet zomaar een schrijfster. Ze slaagt erin om haar verhalen op een begrijpbare en luchtige manier te brengen, ongeacht de moeilijke situaties die ze heeft moeten doorstaan. Die deelt ze met ons in detail. Ze schrijft over onze maatschappij; de problemen en soms hartverscheurende situaties die vele mensen nog steeds moeten doorstaan, maar ook over de mooie momenten. Daarnaast praat ze er ook over. Ze gaat in gesprek en debatteert over hedendaagse problemen die er helemaal niet meer zouden mogen zijn.

Het mooie aan Dalilla Hermans is dat dit allemaal gebeurt met een brede en vooral oprechte glimlach. Zo zorgt ze ervoor dat iedereen die met haar praat een goed gevoel heeft, wat ook het geval was tijdens dit interview. Ze heeft het over haar carrière, over racisme en natuurlijk over haar boek, geschreven aan haar zoon: Brief aan Cooper en de wereld.

GRILLIGE (SCHOOL)CARRIERE

Hoe is die carrière in feite begonnen? Hebt u altijd schrijfster willen worden?

Dalilla Hermans: ‘Absoluut niet. Als studente wist ik niet wat ik uiteindelijk wilde worden en heb ik een grillig parcours achter de rug. Ik heb veel richtingen gevolgd maar uiteindelijk niets afgewerkt. Mijn langste periode aan één richting was journalistiek maar ik heb nooit een diploma behaald. Je ziet in de sector trouwens dat weinig journalisten er daadwerkelijk een hebben. Vaak is het belangrijker om een kritische visie op de maatschappij te hebben. Je moet uiteraard ook wel kunnen schrijven maar ik heb niet het gevoel dat ik dat diploma mis. Tijdens mijn studentenleven was ik altijd al bezig met andere zaken zoals vrijwilligerswerk en de KSA, waardoor ik eigenlijk veel te veel tegelijk deed. Daar kwam nog bij dat ik een aanbieding kreeg om fulltime als onthaalmedewerker te beginnen bij Het Paleis in Antwerpen, waardoor ik niet ben gestart aan mijn derde jaar journalistiek.
Uiteindelijk heb ik acht jaar in de jeugdsector gewerkt, eerst als vormingsmedewerker, daarna als communicatiemedewerker en op het einde zelfs als persverantwoordelijke van de Vlaamse Jeugdraad. Na mijn open brief in 2014 heb ik van een uitgeverij de vraag gekregen om een boek te schrijven en dat heb ik geaccepteerd. Ik ben in feite dus schrijfster geworden door veel te schrijven en niet door studies of ambities als jong meisje.’

Wie zijn de mensen die u hebben gevormd in uw schrijven maar ook in uw strijd tegen racisme?

Dalilla Hermans: ‘Dat is een heel lange lijst, té lang zelfs om ze hier helemaal op te sommen. Er zijn enorm veel schrijvers die ik bewonder. Ik ben iemand die voortdurend leest, ik heb altijd een of meerdere boeken bij en een boek is ook het enige dat ik altijd voor mezelf zal blijven kopen. Het laatste boek dat me heeft geëmotioneerd was er een van Peter Zantingh maar ik geniet evenveel van een boek zoals Becoming van Michelle Obama, dat ik nu aan het lezen ben. Op vlak van racisme geldt hetzelfde, er zijn erg veel mensen die me hebben geïnspireerd. Mijn grootste voorbeelden blijven echter de Amerikaanse Civil Rights Movement helden zoals Maya Angelou, James Baldwin, Medgar Evers, Malcolm X en Martin Luther King. Op mijn zestiende hebben zij heel erg mijn denken bepaald omdat ze de enigen waren die ik toen kon vinden. Daarnaast heb ik veel respect voor het oratorisch vermogen van die laatste twee, Malcolm X en Martin Luther King. Ze waren bij de beste speechschrijvers ooit, waardoor mensen tientallen minuten, zelfs uren naar hun gepraat kunnen luisteren. Er zijn dagen dat ik de laatste speech van King afspeel op mijn gsm waarbij ik veertig minuten luister naar iemand die enkel praat.
Tegenwoordig heb ik ook veel voorbeelden dichter bij huis en dan vooral in Nederland, waar zwarte stemmen meer platform krijgen dan in België. In eerste instantie denk ik aan Seada Nourhussen, die radicaler is maar wel een goede boodschap brengt en het goed uitlegt. Verder vind ik het werk van Gloria Wekker en Sunny Bergman lovenswaardig omdat ze allebei al veel hebben betekend in de strijd tegen racisme.
In België zelf denk ik aan Rachida Lamrabet, Olivia Rutazibwa, Sabrine Ingabire en nog veel anderen die niet bekend zijn bij het grote publiek maar die ook belangrijk zijn en mij inspireren.'

In 2014 kwam u tijdens de verkiezingen op voor Groen, was dit gelinkt aan uw carrière?

Dalilla Hermans: ‘Neen, bij mijn toenmalig werk was ik veel bezig met jeugdbeleid en kwam ik vaak in contact met politici. Daarnaast zijn politieke partijen ook altijd op zoek naar kandidaten die de diverse maatschappij weerspiegelen dus er waren wel een aantal partijen die mij geregeld vroegen of ik interesse had om mee te doen. In eerste instantie hield ik dit telkens af maar door de geboorte van Cooper in 2013 ben ik enorm beginnen nadenken over onze maatschappij. Ik wilde een mooiere wereld voor hem en ik wilde ook wat controle hebben over die wereld. Daarop heb ik de verschillende partijprogramma’s doornomen en ik kon me het meest vinden in de visie van Groen, vooral door hun sociale standpunten. Ik was pas mama geworden en ik moest mijn trouw regelen, die drie dagen na de verkiezingen stond gepland, waardoor ik weinig campagne gevoerd heb. Tijdens de schaarse momenten dat ik dit wel deed besefte ik ook al snel dat politiek toch niets voor mij is omdat het moeilijk is om jezelf te blijven en eerlijk te zijn. Desondanks ben ik tegenwoordig wel veel bezig met politiek maar op beleidsniveau, waarbij ik beleidsmakers op een positieve manier probeer te beïnvloeden.‘

Hoe bent u in 2017 op het idee gekomen om aan uw boek te beginnen?

Dalilla Hermans: ‘Na mijn eerste brief ben ik voor Charlie gaan werken als schrijfster en daar heb ik een interviewreeks gemaakt, de race files. Op hetzelfde moment kreeg ik telefoon van een uitgeverij om een boek te schrijven. Mijn eerste idee was om al die interviews te bundelen maar de uitgeverij vond mijn eigen verhaal interessanter en zei dat ik over mezelf moest schrijven. Het was echter moeilijk om mijn eigen verhaal zomaar te vertellen en neer te schrijven, totdat ik Between the World and Me van Ta-Nehisi Coates las. Het is een hard boek over Black Lives Matter waarbij de auteur een brief schrijft aan zijn vijftienjarige zoon. Dat was meteen de klik voor mij, doordat het Cooper was die mij van al die dingen bewust heeft gemaakt. Door mijn kind een brief te schrijven werd het ineens veel gemakkelijker en zo is het boek op heel korte tijd geschreven.
Cooper zelf zit op een multiculturele school waardoor hij weinig met racisme te maken krijgt en hij is ook nog te jong om het echt te herkennen. Thuis maken we het wel altijd bespreekbaar en hij weet dat hij het er met ons over kan hebben, moest dit nodig zijn.’

Wanneer wilt u dat hij het boek zelf gaat lezen?

Dalilla Hermans: ‘In eerste instantie had ik vijftien jaar in mijn hoofd maar kinderen evolueren tegenwoordig sneller en het boek is niet te moeilijk geschreven dus hij mag het lezen als hij in het middelbaar zit. Eigenlijk moet hij het lezen wanneer hij een puber is, zodat hij mij toch nog steeds begrijpt op momenten dat hij mij eigenlijk maar een vervelende mama vindt.’

Kan Brown Girl Magic gezien worden als een opvolger voor Brief aan Cooper en de wereld?

Dalilla Hermans: ‘Neen, Brown Girl Magic is iets compleet anders. Het is echt een boek voor kleine kinderen, in dichtvorm geschreven en met mooie illustraties. Het gaat over een meisje dat gepest wordt op school, waarop haar oudere zusje haar thuis uitlegt hoe mooi ze wel is. Eigenlijk is het een verhaal om kinderen te empoweren, om hen bewust te maken van het feit dat ze allemaal mooi zijn, ieder op zijn eigen manier. De reden dat ik het voor bruine meisjes heb geschreven is omdat er weinig representatie is voor hen en om hen sterker te maken.’

EEN RWANDEES-BELGISCHE

U bent in Rwanda geboren en uw kinderen hebben alle drie Afrikaanse namen. Hoe sterk is de band met Afrika nog?

Dalilla Hermans: ‘Mijn kinderen zijn nog jong en nog niet (bewust) in Rwanda geweest maar ze weten heel goed dat ik van Rwanda ben en dat dat ook een deel van hen is. Ze zijn trots op hun Afrikaanse kleren en ze voelen zich er op een leuke manier speciaal door, dus die band bestaat wel.’

Ziet u een verschil in racisme tussen 2014 en nu?

Dalilla Hermans: ‘Ja, zeer zeker en in twee richtingen. Enerzijds is er een verharding, met nog explicieter racisme dat nog steeds stijgt. Anderzijds is er een veel grotere tegenbeweging, die veel luider en zichtbaarder is. Toen waren er veel minder (en vooral minder bekende) zwarte opinieleiders terwijl dat er tegenwoordig tientallen zijn. Veel mensen zijn ook wakker geschud en vinden de boodschap belangrijk. Ik doe nu mijn verhaal in allerlei kleine dorpjes over heel Vlaanderen waar telkens mensen naartoe komen, enkel om naar mij te luisteren. Dat was vier jaar geleden bijna totaal ondenkbaar. Er is veel veranderd in positieve zin maar dat gaat hand in hand met een tegenbeweging waar ik soms wel bang voor ben.’

We driften dus steeds verder uit elkaar?

Dalilla Hermans: ‘Ja, klopt. Heel theoretisch gesteld kun je zeggen dat er het stille midden is, een grote groep mensen die weinig uit zichzelf zegt. Aan de ene kant zijn er pushers, die met radicale boodschappen mensen uit het stille midden achter zich willen krijgen en aan de andere kant is er een tegenbeweging met bijvoorbeeld radicale activisten. Daarboven staan bruggenbouwers die de twee boodschappen vertalen en de mensen in het stille midden proberen te houden. Mensen zien mij vaak als pusher, als iemand met een extreme mening terwijl dit helemaal niet zo is en ik in het midden sta. Ik zie wel dat de helft van dat stille midden tegenwoordig genoeg heeft van extreem racisme en dat mensen onderling en uit eigen beweging elkaar corrigeren, wat vier jaar geleden veel onwaarschijnlijker was. Het overgrote deel van de Vlaming is stil maar heeft het hart wel op de juiste plaats.’

Wat is de beste manier om te reageren op racisme?

Dalilla Hermans: ‘Je moet gewoon íets doen, maakt niet uit wat. Doe wat bij je persoonlijkheid past maar zorg er simpelweg voor dat je iets doet. Gewoon met slachtoffers gaan praten doet ook al veel. Op die manier geef je het signaal dat jij niet zo denkt en dat je er bent voor die persoon, zonder in conflict te moeten gaan met anderen. Mensen verlammen vaak omdat ze denken dat ze boos moeten reageren tegen de dader en zich dan gefaald voelen als ze dit niet doen maar dit is niet zo. Het enige wat je niet mag doen is verstijven en naar huis gaan zonder iets te hebben gedaan. Je kunt non-verbaal ook veel duidelijk maken. Als er bijvoorbeeld grapjes gemaakt worden die racistisch zijn, kun je via je houding laten zien dat je het er niet mee eens bent. In mijn boek staan verhalen over skinheads die op mij plassen en mensen die bier en glazen op mij gooien, die de media ook heeft gedeeld omdat het heel choquerend is voor veel mensen. Het meest traumatische voor mij was echter een ander verhaal, dat minder aandacht heeft gekregen. Als tiener zat ik op de bus naar huis een broodje te eten waarop de chauffeur boos werd en zei dat dit niet mocht. Toen ik zei dat ik dit niet wist werd hij nog kwader en zei hij dat ‘het typisch jullie volk is’. Daarna stopte hij de bus en zei hij dat ik moest uitstappen. Het feit dat een volle bus met volwassen mensen helemaal niets deed gaf me een enorm eenzaam gevoel. Als er toen iemand iets had gezegd of samen met mij was afgestapt had het een wereld van verschil betekend voor mij, maar niemand deed iets.’

Vaak worden er grapjes gemaakt over mensen van een andere afkomst. Waar ligt dan de lijn tussen humor en iemand kwetsen?

Dalilla Hermans: ‘Alles draait hier rond de context. Ik ken comedians die altijd controverse opzoeken en die dat ook kúnnen, juist omdat ze zo goed zijn. Het probleem is dat je op die manier onbewust andere mensen legitimatie geeft om dingen te zeggen die niet grappig en dus racistisch zijn. Ik denk dat ze dat soms vergeten, dat ze zich niet volledig bewust zijn van de verantwoordelijkheid die ze hebben. Los daarvan vind ik dat humor wel moet kunnen, ik wil zeker niet censureren. Over het algemeen moeten comedians en humoristische programma’s gewoon goed nadenken over hun rol en de boodschap die ze brengen. Het is enorm snel gebeurd dat mensen een foute boodschap meekrijgen onder het mum van humor waarna dit foute idee wel blijft bestaan in de hoofden van de mensen en dat maakt mijn werk veel moeilijker. Ik denk voortdurend na over wat ik ga zeggen en welke impact dat gaat hebben en dat is iets dat comedians ook moeten doen. Een voorbeeld hiervan is satire. Bij kicking-up lach je met de persoon die macht heeft, die boven je staat. Kicking-down daarentegen is het omgekeerde en is ook veel gemakkelijker. Daarom zie ik het ook niet meer als satire. Jeroom doet dit eigenlijk té goed. Hij doet aan kicking-up door racisten uit te lachen maar hij doet dit zo subtiel dat het aan veel mensen voorbijgaat.’

Tegenwoordig is het onder zwarte mensen populair om hun huid te bleachen en hun haar te ontkroezen. Wat vindt u daar van?

Dalilla Hermans: 'Ik vind het enorm jammer, het doet mijn hart een beetje pijn. Uiteindelijk is dit ook een gevolg van structurele onrepresentatie. Het heeft minder te maken met racisme want bleaching-producten zijn erg populair in Afrika waar waar het typische anti-zwart/pro-wit racisme veel minder bestaat. Het schoonheidsideaal en het beeld van macht en geld blijft wel voornamelijk wit. Meer succesvolle zwarte rolmodellen, zowel lichtgekleurde als donkergekleurde vrouwen, zou hier al serieus bij helpen. Daarom was ik ook zo blij met Black Panther. Die film betekent enorm veel voor Black pride, wereldwijd. Mensen zagen knappe, sterke vrouwen die écht zwart waren, met traditionele kapsels en kleren. Je kan het vergelijken met Aziatische vrouwen die hun ogen lieten opereren om er meer westers uit te zien. Tot de film Crazy Rich Asians uitkwam en ze inzagen dat ze zelf ook mooi zijn. Het is niet te onderschatten hoeveel invloed visuele representatie en vooral het gebrek daaraan heeft op mensen. Daarom is beeldvorming ook zo belangrijk voor mij en doe ik er alles aan om koloniale beeldvorming tegen te gaan, omdat het superhard doorweegt.’

In uw boek legt u uit dat u als kind zelf wit wilde zijn. Hoe kijkt u daar nu op terug?

Dalilla Hermans: ‘Ik begrijp het helemaal, zeker als je weet waar ik ben opgegroeid. Ik woonde in een dorp waar iedereen buiten mezelf, mijn zus en een handvol andere geadopteerde kinderen wit was. Ik was eigenlijk niet eens bezig met mijn huidskleur, het was meer het gevoel dat ik niet anders wilde zijn. Daarom snap ik het maar ik vind het wel jammer dat ik er veel tijd aan heb verspild. Die tijd had ik kunnen gebruiken om meer van mezelf te houden en gelukkig te zijn. Het heeft ook lang geduurd voordat ik dat idee uit mijn hoofd kon zetten, tot mijn vijftiende of zestiende. Rond die periode kreeg ik een meer diverse vriendenkring en ontdekte en las ik veel over de Civil Rights Movement, waarbij ik een zwart zelfbewustzijn ontwikkelde en er trots op werd.’

Verder hebt u het over omgekeerd racisme en het feit dat dit zo moeilijk uit te leggen is aan veel mensen. Wat is dan juist het verschil met echt racisme?

Dalilla Hermans: ‘Het probleem is dat er geen maatschappelijk afgesproken, goedgekeurde definitie is over racisme. Er is er een maar niet iedereen volgt die. Iedereen heeft onbewuste vooroordelen. Tijdens het Pukkelpop-incident ben ik erg kwaad geweest omdat het slachtoffer als racist werd afgeschilderd omdat ze vroeger had getweet over het feit dat ze blanke mensen niet graag heeft. Ze is iemand die altijd onderdrukt is geweest en veel met racisme te maken heeft gehad, waardoor ze boos was op de mensen die haar dat hebben aangedaan en daarover tweette toen ze jong was. Dit is onmogelijk op gelijke hoogte te zetten als de grote groep mensen die haar eruit pikken vanwege haar huidskleur en fysiek aanvallen. Zolang er geen component van macht aanwezig is kan er geen sprake zijn van racisme. Dan hebben we het weer over de stereotype of onbewuste vooroordelen waarover ik het eerder had. Daarom noem ik zelden iets echt racisme en ik let daar zelf ook erg op. Alleen lezen en luisteren mensen vaak niet goed. Omgekeerd racisme en de sentimenten daarrond bestaan en kunnen even hardnekkig en kwetsend zijn als bij echt racisme. Het is echter onmogelijk om vanuit een onderdrukte positie diezelfde invloed te hebben. Een vrouw die naar aanleiding van de MeToo movement zegt dat alle mannen slecht zijn, is niet hetzelfde als een man die zegt dat alle vrouwen dom zijn. Het is allebei veralgemeend, kort door de bocht en fout maar het is niet hetzelfde omdat de machtsverhouding compleet anders zit. Mannen moeten geen schrik hebben als ze ’s avonds naar hun auto wandelen.’

KENDRICK

Er zijn veel mensen die nog steeds het n-woord gebruiken omdat ze vinden dat dit beter klinkt en dat is ook meestal hun excuus als er iets van wordt gezegd. Welke boodschap heb je hiervoor?

Dalilla Hermans: ‘Ze hebben eigenlijk helemaal niets te willen. Als zwarte mensen hen zeggen dat ze dat niet mogen gebruiken moeten ze dat accepteren. Het maakt niet uit of ze het al dan niet beter vinden klinken want het gaat niet over hen. Daarnaast gaat het ook om de historische context. Dat woord werd voor het eerst gebruikt om de lading van een slavenschip te omschrijven, meer valt daar niet over te zeggen.’

Vaak hoor je dan dat zwarte Amerikanen het zelf gebruiken.

Dalilla Hermans: ‘Dat is waar en ik wil zelf niet dat eender wie mij zo noemt, ook geen zwarte mensen. Maar hier gaat het over het reclaimen van woorden. Vrouwen die zichzelf topwijf noemen doen hetzelfde. Er is niets mis mee als zij dat zeggen, maar dit houdt niet in dat mannen over vrouwen mogen spreken als ‘wijven’. Je voelt aan dat dat niet klopt. In Amerika is net hetzelfde gebeurd met het n-woord. Zwarte Amerikanen hebben dat woord ‘teruggepakt’ waardoor ze nu eigenaar zijn van dat woord. Tegelijkertijd hebben ze de negatieve kracht uit het woord weggehaald. Daarom begrijp ik hen, hoewel ik ook liever zou hebben dat niemand het nog gebruikt. Daarnaast is de context in Amerika anders dan hier. Het woord wordt anders gebruikt en weinig mensen hier kennen de geschiedenis rond hiphop. Dat is ook de reden dat ik niet naar het optreden van Kendrick Lamar ben geweest. Omdat er zoveel blanke mensen het n-woord gingen meezingen zonder te beseffen wat het juist inhoudt, tijdens een optreden van de meest kritische, zelfbewuste zwarte rapper die er momenteel is. Het stoort me enorm dat dat niet genoeg wordt geduid. Daarom, om verwarring te vermijden, laten we gewoon dat woord vallen. Helemaal. Klaar.’