Wie weet waar het echte Runkst ligt? En waar liep de steenweg NAAR Runkst?

Runkst wordt door echte Hasselaren als de boerenbuiten beschouwd. Niet onterecht, want vroeger was er buiten wat boerderijtjes geen bewoning in deze buitenwijk. In het huidige centrum van Runkst stond zelfs geen enkel huis. Bovendien moet er een duidelijk onderscheid worden gemaakt tussen het oude en het nieuwe Runkst. Het oude Runkst is ironisch genoeg tegenwoordig dat deel van de buitenwijk dat nu als de boerenbuiten wordt beschouwd. Het nieuwe Runkst – het deel rond de Sint-Hubertuskerk en het Sint-Hubertusplein – was vroeger een beemd, een moeras en een wildernis. Waar niemand graag kwam wonen, want op natte voeten zit niemand echt te wachten.

Het oude Runkst omvatte dus maar een deel van de huidige wijk, meer bepaald het stuk dat momenteel boven de grote ring ligt. De bewoning situeerde zich hoofdzakelijk rond de toenmalige Dormaelstraat, Biesemstraat en Runksterdiepstraat, ongeveer overeenkomend met Veldstraat, Biezenstraat en Runksterkiezel.

Oudere Hasselaren wezen er op dat in het hierboven geschetst gebied een dialect werd gesproken dat vrij sterk afweek van het klassiek Hasselts. Dat dialect werd Hoog-Runksters genoemd, het situeerde zich rond het Runkster Hoogveld langs de huidige Runkstersteenweg en was een overgangsvorm van het Hasselts naar het Herkers en het Kurings. Anno 2017 is dit dialect zo goed als uitgestorven, er zijn slechts enkele native speakers overgebleven. Deze gebruikten onder andere het kenmerkende ‘wor’ achter sommige zinnen, een woord dat door iedere rechtgeaarde Hasselaar uit het centrum van de stad als een regelrechte vloek wordt ervaren. Dat ‘wor’ klinkt inderdaad in de oren als boers, een Hasselaar zou het nooit over zijn lippen krijgen.

Eveneens kenmerkend is dat de Runkstersteenweg vroeger het Dormaalpad en vervolgens de voetweg NAAR Runkst en tenslotte de steenweg NAAR Runkst werd. Runkersteenweg raakt pas ergens in het laatste decennium van de 20ste eeuw in gebruik, gedurende enkele jaren dook nog regelmatig Dormaalpad op. Het deel van Runkst dat het dichtst tegen de stad aanleunt, had geen echte naam of werd onder de verzamelnaam Dormaal vermeld.

In de loop van de 19de eeuw begon vanaf de Fonteinstraat met de komst van het spoor de herbevolking van de wijk, nadat deze eeuwenlang landbouwgebied was geweest. Industriële activiteit was er alleen in de Fonteinstraat met de kareeloven van Simon Goetsbloets. Inderdaad, de loods waar in het eerste kwart van de 19de eeuw de Langeman werd gemaakt. Maar daarover later meer. Runkst behield tot laat in de 20ste eeuw zijn landelijk karakter, alvorens het de Hasseltse slaapstad bij uitstek werd.

Runkst wordt door echte Hasselaren als de boerenbuiten beschouwd. Niet onterecht, want vroeger was er buiten wat boerderijtjes geen bewoning in deze buitenwijk. In het huidige centrum van Runkst stond zelfs geen enkel huis. Bovendien moet er een duidelijk onderscheid worden gemaakt tussen het oude en het nieuwe Runkst. Het oude Runkst is ironisch genoeg tegenwoordig dat deel van de buitenwijk dat nu als de boerenbuiten wordt beschouwd. Het nieuwe Runkst – het deel rond de Sint-Hubertuskerk en het Sint-Hubertusplein – was vroeger een beemd, een moeras en een wildernis. Waar niemand graag kwam wonen, want op natte voeten zit niemand echt te wachten.

Het oude Runkst omvatte dus maar een deel van de huidige wijk, meer bepaald het stuk dat momenteel boven de grote ring ligt. De bewoning situeerde zich hoofdzakelijk rond de toenmalige Dormaelstraat, Biesemstraat en Runksterdiepstraat, ongeveer overeenkomend met Veldstraat, Biezenstraat en Runksterkiezel.

Oudere Hasselaren wezen er op dat in het hierboven geschetst gebied een dialect werd gesproken dat vrij sterk afweek van het klassiek Hasselts. Dat dialect werd Hoog-Runksters genoemd, het situeerde zich rond het Runkster Hoogveld langs de huidige Runkstersteenweg en was een overgangsvorm van het Hasselts naar het Herkers en het Kurings. Anno 2017 is dit dialect zo goed als uitgestorven, er zijn slechts enkele native speakers overgebleven. Deze gebruikten onder andere het kenmerkende ‘wor’ achter sommige zinnen, een woord dat door iedere rechtgeaarde Hasselaar uit het centrum van de stad als een regelrechte vloek wordt ervaren. Dat ‘wor’ klinkt inderdaad in de oren als boers, een Hasselaar zou het nooit over zijn lippen krijgen.

Eveneens kenmerkend is dat de Runkstersteenweg vroeger het Dormaalpad en vervolgens de voetweg NAAR Runkst en tenslotte de steenweg NAAR Runkst werd. Runkersteenweg raakt pas ergens in het laatste decennium van de 20ste eeuw in gebruik, gedurende enkele jaren dook nog regelmatig Dormaalpad op. Het deel van Runkst dat het dichtst tegen de stad aanleunt, had geen echte naam of werd onder de verzamelnaam Dormaal vermeld.

In de loop van de 19de eeuw begon vanaf de Fonteinstraat met de komst van het spoor de herbevolking van de wijk, nadat deze eeuwenlang landbouwgebied was geweest. Industriële activiteit was er alleen in de Fonteinstraat met de kareeloven van Simon Goetsbloets. Inderdaad, de loods waar in het eerste kwart van de 19de eeuw de Langeman werd gemaakt. Maar daarover later meer. Runkst behield tot laat in de 20ste eeuw zijn landelijk karakter, alvorens het de Hasseltse slaapstad bij uitstek werd.

by Jos Sterk
by Jos Sterk
This article was originally published on vaartheemkundegroothasselt