Politiek gekrakeel heeft vliegveld van Kiewit genekt: Hasselt kon fluiten naar zijn vliegtuigfabriek

Vanaf 1909 ongeveer heerste er wereldwijd een soort koortsachtige bedrijvigheid in de lucht. Het vliegtuig, toen nog aeroplane genoemd, had zijn intrede gedaan. Hasselt was in ons land één van de pioniers in de luchtvaart en in de hele stad heerste een soort van gekte. Piloot Jules de Laminne was de grote held van jong en oud. Voor het vliegveld van Kiewit op de heide boven Hasselt leek een grote toekomst te zijn weggelegd, maar de politiek besliste er anders over. Eens te meer zaten katholieken en liberalen elkaar in de haren. Waardoor Kiewit uiteindelijk werd geremd in zijn vaart.

De heide op de grens van Zonhoven werd gehuurd door kasteelheer Vroonen van Kiewit en door zijn neef E.H. Delvoie. Deze laatste was priester en bestuurder der Maatschappelijke Werken in Limburg. Beiden huurden het terrein op de heide van Kiewit Beverzak van de gemeente Zonhoven (eigenaar als gevolg van eeuwenlange betwistingen over het gebied) voor een periode van negen jaar, aan een jaarlijkse pachtsom van 800 frank. In december 1909 hadden ze al een overeenkomst afgesloten met de piloot Lanser voor het aanleggen van een vliegveld.

De Aeroclub Luik-Spa werd gecontacteerd, evenals de automobielclub Luik. Dat gebeurde door Lanser, wiens vliegtuig (één van Belgisch fabricaat) al in februari 1910 arriveerde. Op 15 maart werd vervolgens het contract gesloten met de Aeroclub Luik-Spa, die onder andere de vlieger Jules de Laminne voor proefnemingen met vliegtuigen naar Kiewit stuurde. Het zou deze Jules de Laminne zijn die Kiewit zijn bekendheid als vliegveld zou schenken. Maar echt groot zou het nooit worden.

Het vliegveld van Kiewit ging namelijk ten onder aan onderlinge ruzies. Baron de Caters (advocaat Bellefroid, katholiek) spande een proces in tegen vliegtuigbouwer Farman en de Laminne (advocaat Stellingwerff, liberaal). Mogelijk speelde op de achtergrond een politieke kwestie, meer bepaald in de vorm van ruzie tussen katholieken en liberalen. Op woensdag 10 mei en woensdag 17 mei vond het proces plaats, waarbij een klein vliegtuig in de zaal werd opgesteld. Aanleiding was een klacht rondom het schenden van het patent op het double equilibrium (twee kleine op spil draaiende blokjes, één aan de voorkant en één aan de achterkant), dat door Farman zou zijn nagebootst. Uiteindelijk besliste de rechter in het voordeel van de verdediging, de klacht werd dus ongegrond verklaard.

De stad en de provincie bleken in 1910 grote plannen te koesteren met betrekking tot de luchtvaartindustrie. Er waren op dat moment concrete plannen om een afdeling bouwen en repareren binnen deze school op te richten. “De Toekomst van Limburg” wist dat een en ander te maken had met een pastoor (waarmee uiteraard opnieuw Delvoie werd bedoeld) die niet weg te slaan was van het vliegveld in Kiewit en die alle bestellingen in verband met reparaties enzovoort, had weten binnen te halen.

In oktober schreef de krant over de nieuwe industrie die in volle ontwikkeling was, meer bepaald het bouwen van aeroplanen. “De Toekomst van Limburg” verbaasde zich over de razendsnelle ontwikkeling die deze industrietak had gekend, twee jaar voordien was er nog een sprake van. Op dat moment waren er een 15-tal modellen van tweedekkers en evenveel van eendekkers in productie, regelmatig ontstonden nog nieuwe modellen.

In 1910 waren er 510 vliegers officieel goedgekeurd, dit wil zeggen dat hun vluchten geregistreerd waren. Twee jaar eerder waren dat er nog maar 4. Het ging dus allemaal razendsnel. De krant herhaalde nogmaals dat er in Kiewit een vliegtuigfabriek in oprichting was, voor rekening van de Belgische maatschappij Aviator. Die is er dus uiteindelijk niet gekomen. En de grote doorbraak voor het vliegveld van Kiewit is er uiteindelijk niet gekomen. Maar er wordt nog altijd gevlogen in Kiewit.

by Jos Sterk
by Jos Sterk
This article was originally published on vaartheemkundegroothasselt