Hasselaren stonden met open mond te kijken naar de eerste vliegers op het vliegveld van Kiewit

Vlak voor de Eerste Wereldoorlog had de hele wereld de mond vol over de eerste vliegtuigen die het luchtruim doorkliefden. Hasselt speelde met het vliegveld van Kiewit een hoofdrol in de opkomst van de luchtvaart, maar liet zijn kostbare voorsprong achteloos verloren gaan. De Hasselaren stonden in 1910 met open mond te kijken naar de eerste vliegers op het vliegveld van Kiewit, mannen als ridder de Laminne, Fagard, Stembert, Kinet, Allard enzovoort. Maar het stadsbestuur liet zich in slaap wiegen en maakte geen gebruik van de gouden kans die zich aanbod.

De Toekomst van Limburg” spaarde de lyrische termen over het vliegveld van Kiewit niet. Dat was volgens de krant prachtig gelegen, met dennenbossen en moerassen aan de horizon. Er waren dus mooie vluchten mogelijk. Ridder de Laminne speelde in die begindagen een hoofdrol. Hij kondigde in de zomer van 1910 een recordvlucht aan die hem van Hasselt over Luik naar Namen moest voeren. Het is onduidelijk of deze vlucht ook effectief heeft plaatsgevonden. Op 17 en 18 juni 1910 maakte de ridder een vlucht over Hasselt op een hoogte van 150 meter.

Deze gebeurtenis liet diepe sporen na in de Limburgse hoofdstad, duizenden mensen stonden met open mond te kijken. ‘Prachtig en onvergetelijk’, zo schreef “De Toekomst van Limburg”. Het gewenningseffect trad echter al snel op, enkele maanden later werd nog nauwelijks opgekeken wanneer er weer eens een vliegtuig boven de stad verscheen. Maar niet alles verliep even vlot. Op zondag 19 juni viel de motor van de Laminne stil, met als gevolg dat de piloot gedwongen was om in een veld te landen. ’s Avonds vloog hij echter opnieuw boven de stad. Zijn collega Fagard kwam eveneens in de problemen, in dit geval met een gebroken vleugel. Ook hij overleefde de pech zonder veel kleerscheuren.

De tels procedés sont idiots’ (zulke manier van doen is stom en gek), zo citeerde “De Toekomst van Limburg” een uitspraak van iemand van adel in verband met de houding van het stadsbestuur ten opzichte van het vliegveld in Kiewit. De krant schreef dat dit vliegveld waarschijnlijk veel tering en nering naar de stad zou brengen, in de vorm van rijke heren en dames die veel gingen verteren. De stad deed echter geen enkele moeite om het de ‘vliegers’ makkelijk te maken. Die hadden een aarden weg gevraagd van de steenweg naar het plein, maar die niet gekregen. Uiteindelijk hadden ze die op eigen kosten aangelegd. Op die weg moest een dikke laag as komen, maar zelfs voor het transport van die as weigerde de stad op te draaien. De ‘vliegers’ hadden op eigen kosten dan maar 7 ramen wagens laten komen. 1 rame kostte 100 frank, zodat het totale transport 700 frank had gekost.

In de begindagen van het vliegveld hield “De Toekomst van Limburg” een lijst bij met de gedane vluchten. Zo bleek dat ridder de Laminne op 27 mei 42 minuten met verschillende personen had gevlogen, op 28 mei 23 minuten enzovoort. De prestaties werden gechronometreerd door de heren Stembert van de Belgische Aeroclub en Nicolas Kinet, een Luikse vlieger. Laatstgenoemde was in mei 1910 wereldrecordhouder duur met passagiers. Ook Lanser en Moulin deden proefvluchten, telkens met chronometer. Aanwezig waren tevens Allard, die een hangar op Kiewit bezat en er een ‘labo’ zou laten oprichten, en het duo Syberg en de Petrowsky, die een vliegveld in Genk hadden laten aanleggen. Emiel Vroonen ging mee de lucht in als eigenaar en kasteelheer van Kiewit, Hubert Droogmans als speciale gast. Droogmans was algemeen secretaris van het ministerie van koloniën en pas gelauwerd vanwege 25 jaar dienst. Hij maakte een prachtige ‘wandeling’ door het luchtruim, zo schreef “De Toekomst van Limburg”. Maar de bloei van het vliegveld van Kiewit was een kort leven beschoren, tot spijt van wie het benijdt.

by Jos Sterk
by Jos Sterk
This article was originally published on vaartheemkundegroothasselt