De Hasseltse Burgerwacht werden enigszins smalend de ‘jefkes’ genoemd

Heel wat oudere Hasselaren herinneren zich nog dat hun grootvader het uniform van lid van de Burgerwacht droeg. De term klink zwaarwichtig, maar veel dapperheid hebben de Burgerwachters nooit aan de dag gelegd. Door de Hasselaren werden ze smalend de ‘jefkes’ genoemd. Veel meer dan wat paraderen stond er niet op het programma. Tijdens de Eerste Wereldoorlog hebben ze niet bepaald in positieve zin onderscheiden. Na de ‘Grooten Oorlog’ werden ze kort en goed opgedoekt. Tegenwoordig loopt een beperkt aantal ‘jefkes’ bij speciale gelegenheden opnieuw door Hasselt. Of ze qua dapperheid hun voorgangers evenaren, durven we niet te zeggen.

Na de Belgische onafhankelijkheid in 1830 leek voor de Burgerwacht aanvankelijk een militaire rol weggelegd, maar die vervaagde naarmate de jaren verstreken. In 1897 werd ze gemilitariseerd, maar dat veranderde uiteindelijk niet zo veel. Vanaf 1903 werd beslist om de Burgerwacht niet meer in te zetten, dit wegens onbetrouwbaar. Periodes van activiteit werden afgewisseld met periodes van inactiviteit, als de Burgerwacht op een lager pitje stond werden alleen nog maar de verkiezingen van de officieren georganiseerd.

In kleinere dorpen was de Burgerwacht meestal niet geactiveerd. In Hasselt waren er 2 ‘bans’, die ‘bans’ maakten deel uit van een nationale indeling. In 1830 waren er volgens de nationale indeling nog 3 bans in Hasselt, maar dat aantal werd nadien teruggebracht tot 2. De eerste ban, die de jongere leden omvatte, telde op het einde van de 19de/begin 20ste eeuw 2 compagnieën, de tweede ban, de ouderen dus, telde maar één compagnie. Het verschil tussen beiden was dat de 1ste ban in geval van oorlog ten strijde zou moeten trekken, de 2de ban had die verplichting niet.

In de late 19de eeuw werd de Burgerwacht als een soort rustige variant van de legerdienst beschouwd. Sommige leden hadden zich vrijgekocht bij het systeem van de loting en werden lid als een vorm van alternatieve legerdienst. Veel krijgshaftigheid was aan het lidmaatschap echter niet verbonden, de voornaamste taak van de leden bestond uit regelmatig paraderen, af en toe een schouwing en het verplicht bijwonen van de schietoefeningen. Het was de bedoeling om de Burgerwacht in geval van nood in te schakelen, maar in de praktijk gebeurde het erg zelden dat ze in staat van paraatheid werd gebracht.

Eerder was sprake van een soort sociaal gebeuren, zodat het niemand zal verbazen dat de voertaal meestal het Frans, de taal van de Hasseltse bourgeoisie was. Hiertegen werd door de Vlaamsgezinden regelmatig geprotesteerd. Waar de Burgerwacht in andere steden werd ingezet voor de ordehandhaving en soms ook daadwerkelijk in actie kwam, konden de Hasseltse leden tijdens ruim 80 jaar van hun bestaan letterlijk en figuurlijk op beide oren slapen. Van enige echte actie voor de ‘jefkes’ is echter geen sprake geweest. De vaten bier die ze hebben leeggedronken, waren echter hoogst indrukwekkend. Om van de ‘stoopkes’ nog maar te zwijgen.

by Jos Sterk
by Jos Sterk
This article was originally published on vaartheemkundegroothasselt