De enige met naam bekende Hasseltse Frank woonde in Runkst

Niet Hendrik was de eerste met naam bekende Hasselaar, maar wel een zekere Swimeler. Van die man weten we alleen dat hij waarschijnlijk in de Frankische tijd geleefd heeft en mogelijk een landbouwer was die een stuk grond in Runkst landbouwrijp heeft gemaakt. Mogelijk leefde die Swimeler in de 5de eeuw. Tot in pakweg de 16de of 17de eeuw was er nog een steegje naar hem genoemd. Dat steegje draagt nu de naam Sabijnenstraat, hoewel het in de verste verte niets met Sabijnen te maken heeft. Waarom kan het zijn oorspronkelijke naam niet terugkrijgen? Op die manier zou de meest bekende Hasseltse Frank opnieuw uit de vergetelheid worden ontrukt. 

De inwoners van Hasselt van vandaag hebben overigens een totaal beeld verkeerd over wat Runkst ooit was. De kern van wat het vroegere Runkst is gelegen het gebied gelegen rond het Swimelerveld, . Dat tegenwoordige Runkster Hoogveld werd omgeven door een aantal oude hoeven: Hilst, de Winthalm, het Zwart Hoedje of Hiedje, de Augustijnerhoeve, de hoeve Borghs enzovoort. De vondst van Romeinse munten en zelfs nog sporen van nog oudere bewoning geeft aan dat hier al zeer vroeg in de geschiedenis regelmatige bewoning was.

Dat is niet meer dan logisch ook, want de grond is aan de zuidkant van Hasselt vruchtbaarder dan ook de noordkant. Daarenboven waren grote delen van het Hasselts grondgebied in historische tijden moerassig. Het belangrijkste moeras was uiteraard het Doermeermoeras, waar later de naam Dormaal uit is geëvolueerd. Dit moeras was niet meer of niet minder dan de vallei van de Demer die vroeger een groter debiet had dan de huidige gekanaliseerde rivier. Bovendien kende de waterloop toen een onregelmatig verloop, waarbij naargelang er veel of weinig regen was gevallen de ene bedding wel en de andere niet werd gebruikt. Ook de Ertbeek en de Helbeek met hun bijrivieren droegen bij aan het moerassig karakter van een groot deel van het grondgebied.

Aan de zuidkant van de stad liep een waarschijnlijk oeroude weg van Rapertingen (Mombeek) naar Kuringen, die vertrekkende van de vallei naar de Demer geleidelijk aan omhoog liep in de richting van de Henegouwberg. De omgeving van de watertoren op de Sint-Truidersteenweg werd niet voor niets ‘de berg’ genoemd, daar bevindt zich namelijk de Hondsribbe. Iemand die met de fiets de Boomkensstraat afzakt komende van de grote ring, zal gemerkt hebben dat er niet veel meer getrapt moet worden. Het hoogteverschil richting stadskant van de Boomkensstraat is dan ook aanzienlijk. Wie vroeger aan de ‘onderkant’ van Runkst heeft gewoond, zal meer dan eens de kelder vol water hebben gehad.

Het is rond die weg dat zich de eerste bewoning moet gesitueerd worden, waarbij de vroegere Gallo-Romeinse villaboerderijen door de eeuwen heen bewoond zijn gebleven. Dat wordt onder andere aangetoond door de muntvondsten, die vanaf de Romeinse tijd zowel de vroege als de late middeleeuwen als de moderne tijd bestrijken. Aan de huidige Runksterkiezel plus Wanbeekstraat, destijds samen de Runksterdiepstraat vormende, en de Dormaalstraat, die een groot deel van het traject Rapertingen-Kuringen besloeg, lag de bewoning in de vorm van een aantal boerderijen.

In de vroege middeleeuwen kregen de velden hun naam. Elke akker had een eigen naam en de naam van het belangrijkste veld van een gehucht werd volgens Nicholson uiteindelijk ook de plaatsnaam. Kuro of Kuri kan dus ook de belangrijkste grondeigenaar in Kuringen zijn geweest. In Runkst is de oude naam van het Runkster Hoogveld ‘Swimelerveld’, waar we een genitief in vinden. Het zou gaan om het veld van een zekere ‘Wimeler’, waarschijnlijk een Frank die de grond heeft ontgonnen. Maar de kans is groot dat ook daarboven al bewoning was in de buurt.

by Jos Sterk
by Jos Sterk
This article was originally published on vaartheemkundegroothasselt