De Hasseltse soap rond het monument voor de oorlogsvrijwilligers (of de droom van J. Baus)

In juli 1960 overleed Jozef Baus, 65 jaar oud en provinciaal voorzitter van Oorlogsvrijwilligers 1914-1918 en 1940-1945. Deze oudstrijder van de ‘Grote Oorlog’ was de weduwnaar eerst Maria Van Hees en daarnaMarie-Jeanne Germain of Germeus. Hij was een sterk promotor geweest van het gedenkteken op het Vrijwilligersplein, maar had de verwezenlijking van dat monument niet zelf mogen meemaken. Hij werd begraven op het ereperk voor de oudstrijders op het kerkhof van de Sint-Truidersteenweg. De manier waarop dit monument tot stand kwam, getuigt van weinig professionalisme. Eerder kan van een heuse soap gesproken worden, waarin ook een belangrijke rol was weggelegd voor het Hasselts stadsbestuur.

In de zomer van 1960 werd eindelijk korte metten gemaakt met deze soap. Het monument zou op 7 mei 1961 ingehuldigd, punt aan de lijn. Het plan om dat monument op te trekken was al stokoud, het dateerde in eerste instantie van 21 mei 1933. Toen vond men het hoog tijd om een monument op te richten. De plannen werden gesmeed toen de vlag werd overhandigd aan de Hasseltse afdeling van de oudstrijders. In die tijd was Jean Ketsman voorzitter. Hij zou het monument echter nooit zien en zijn opvolger evenmin. Het Hasselts uur (dat van de vertraging) werd hier in het absurde gebruikt.

De stad Hasselt ging akkoord met de plannen voor het monument en wees het Vrijwilligersplein in de Tuinwijk aan als de geschikte locatie. Maar daarna doken allerlei problemen op, zodat alles bij plannen bleef. Vervolgens kwam Wereldoorlog II en werden de plannen nogmaals voor 5 jaar in de koelkast gestopt. Bij het vertrek van de Duitsers was een belangrijke rol weggelegd voor Limburg bij de oprichting van een nieuw vrijwilligersleger. Dat werd hier opgericht en leverde een belangrijk contingent van de soldaten die met de geallieerden naar het overwonnen Duitsland trokken om daar de orde te gaan handhaven.

Het monument werd opnieuw actueel. Bouwkundige Droogmans ontwierp de plannen voor het monument en stelde die gratis ter beschikking. De Genkse beeldhouwer Mailleux leverde belangeloos de tekeningen en de modellen op verkleinde schaal. Maar dan liep het weer mis. De Commissie voor Monumenten en Landschappen leverden weliswaar een goedkeuring af, maar het geld was een probleem. Inmiddels was er al een voetstuk geplaatst, waarvoor de factuur van 138.000 frank al jaren voordien was betaald. Maar voor een beeld was er dus geen geld.

Dus werd er een comité opgericht dat besloot om spijkers met kloppen te slaan. Nieuw Limburg van 30 oktober 1960 berichtte dat de datum van 7 mei 1961 was vastgepind en dat daar onder geen enkel beding van zou afgeweken worden. De NFOV (Nationale Federatie van Oorlogsvrijwilligers spaarde kosten noch moeit om de financiering van het beeld rond te krijgen: een tombola bracht 90.000 frank op, het nationale elftal van het Belgisch leger speelde een match tegen een Hasseltse verstandhouding op het veld van Excelsior, de schooljeugd hielp met inzamelen onder het motto ‘vele kleine beetjes maken een groot’.

Het beeld werd zodoende toch nog realiteit, het werd gemaakt door Mailleux die jaren voordien ook al aan de slag was geweest bij het ontwerp. Jozef Baus maakte het niet meer mee, maar zijn droom werd uiteindelijk toch werkelijkheid. Als ‘beschermingsheerschap’ (wie heeft die titel verzonnen?) werd Leopold III gevraagd. Hasselt kreeg dus na 28 jaar zijn monument voor de oorlogsvrijwilligers en die zullen ongetwijfeld blij zijn dat het er nog altijd staat.