Burgerlijke begrafenis van vrijmetselaar Pierre Noisier zette Hasselt in 1893 op stelten

In het Hasselt van de 19de eeuw lustten katholieken en liberalen elkaar rauw. We kunnen de toestand van toen onmogelijk met die van nu vergelijken, beide partijen leefden op voet van oorlog met elkaar. Godsdienst was toen nog heel belangrijk voor de doorsnee Hasselaar. De man in de straat reageerde dan ook met ongeloof toen Pierre Noisier zich in 1893 burgerlijk liet begraven. Inderdaad, hij had de tussenkomst van een geestelijke op zijn sterfbed geweigerd en wilde ook niet in gewijde grond begraven worden. Noisier, geboren in het Waalse Roux en bestuurder bij het (toen nog niet genationaliseerde) spoor, was een vrijmetselaar en kwam daar min of meer openlijk voor uit. En dat was hier in Hasselt ongezien. Een logebroeder werd door een groot deel van de bevolking toen nog als de baarlijke duivel zelf beschouwd.

Deze burgerlijke begrafenis leidde dan ook tot heel wat verontwaardiging bij de katholieke krant De Onafhankelijke. Noisier was op 13 april 1893 begraven. In 1875 was de Liberale Associatie in Hasselt gereorganiseerd en hij was meteen lid geworden. Op 13 maart 1883 was hij lid geworden van het bestuurscomité en op 14 dagen later (27 maart) schatbewaarder. De lijkrede werd uitgesproken door advocaat Cox die Pierre Noisier een onvermoeibare werker voor de liberale gedachte noemde.

Maar volgens De Onafhankelijke was in hij in opdracht van de loge naar Hasselt gestuurd. Niet toevallig sprak ook Magnette, venerabel bij de Luikse loge, eveneens een lijkrede uit. Hij verklaarde dat broeder Noisier in 1874 het vrijmetselaarslicht had gezien en sindsdien één van de steunpilaren van de tempel was geweest. De Onafhankelijke meende te weten dat het zijn taak was om de vrijmetselarij in het ‘oosten van Hasselt’ te verspreiden. Daarmee zou Hasselt en omgeving bedoeld zijn. Maar waarschijnlijk wist de journalist van De Onafhankelijke niet zo veel over de vrijmetselarij, hijzelf sprak van maçonnieke wartaal. Noirier was mogelijk een lid van het Grootoosten die vanwege zijn job naar Hasselt was gekomen en zodoende de loge hier had versterkt. Het artikel was overigens ondertekend met Q. Jas.

De Onafhankelijke dacht dat de De Demer, de liberale tegenhanger van deze katholieke krant, zou proberen te loochenen dat Noirier een logebroeder was. Dat werd echter niet geloochend, integendeel werd in de liberale krant de lof van de vrijmetselarij gezongen. En dat was dan weer niet naar de zin van de ‘calotten’ van de De Onafhankelijke. Mogelijk was dit de begrafenis waarbij het lijk van de overledene over de muur werd getild omdat hij over gewijde grond naar zijn graf mocht worden gedragen. Bij zijn overlijden liet Noisier een vrouw (geboren in Jupille) en een dochter (geboren in Hasselt) achter.

by Jos Sterk
by Jos Sterk