Begin jaren 60: de televisie maakt Hasseltse toneelverenigingen het leven zuur

Bij het begin van de jaren 60 bloeide het toneel nog in Hasselt, maar stilaan was er toch een achteruitgang merkbaar. Die had onder andere te maken met de opkomst van de televisie, maar ook met het opbreken van een ‘grote schouwburg’. Die schouwburg was al lang een politieke belofte, maar dan weer eentje van het feit waar (nog) niets in huis waren gekomen. De komst van het Cultureel Centrum zou nog een tijdje op zich laten wachten. De toneelgroepen moesten een filmzaal afhuren, wat uiteraard een aardige duit kostte. De meeste toneelvoorstellingen vonden plaats in de Cameo of de Plaza. De belangstelling viel soms tegen en op korting vanwege de bioscoopuitbaters moesten de toneelverenigingen niet rekenen. De filmzalen waren met z’n allen ook al eens in staking geweest wegens de te hoge fiscale lasten. Tegen die achtergrond gingen de Ware Vrienden hun eeuwfeest tegemoet.

Bij de opening van het nieuwe seizoen 1960-1961 speelde de toneelgroep ‘Wat doet uw vrouw tussen 2 en 5?’. Bij de voorstelling sprak voorzitter Frans Vandenhoudt, in het dagelijks leven directeur bij de Limburgse Drukkerijen, inderdaad de verwachting uit in 1961 het 100-jarig bestaan te mogen vieren. Maar en passant brak hij ook een lans voor het Hasselts toneelleven. De opkomst voor het stuk dat de Ware Vrienden speelde, was weliswaar okay, maar Vandenhoudt miste toch één zaak: de Hasseltse politiek schitterde door afwezigheid. Ze goochelen wel met dure woorden als cultuurmanifestaties (toen nog geen alledaags begrip), volksopleiding en -opvoeding, bezorgdheid voor de jeugd enzovoort, maar in de praktijk deden ze weinig of niets voor de Hasseltse toneelverenigingen.

Spreker herinnerde er aan dat de verenigingen het al moeilijk genoeg hadden om op te tornen tegen de concurrentie van de televisie, die in die periode de Hasseltse huiskamers aan het veroveren was. Hij had niets tegen de televisie, maar al dat zwart-wit (toen nog) gedoe op het kleine scherm woog volgens Vandenhoudt niet op tegen echt toneel dat veel gezelliger en aangenamer was. Zijn voornaamste bezwaar tegen televisie was het ontbreken van ambiance. Door de passieve houding van de overheid werd de jeugd afgesneden van het toneel, terwijl de verenigingen nochtans gunsttarieven toestonden aan jeugdige bezoekers. De schoolgaande jeugd kreeg van de kant van ouders en leraars echter weinig steun. Vandenhoudt vreesde voor het voortbestaan van het liefhebberstoneel, niet alleen in Hasselt maar ook daarbuiten. Inderdaad zouden in de jaren nadien een aantal toneelverenigingen verdwijnen. Het Hasselts toneel is gelukkig nog niet volledig uitgestorven, zo’n vaart heeft het niet gelopen.

by Jos Sterk
by Jos Sterk