Frédéric Petit: het gezicht achter Infrabel

Na een zeer boeiend gastcollege te hebben mogen bijwonen, besloot ik om mijn kans te wagen nog dieper in te gaan op het werk van Frédéric Petit. Dit met een boeiend interview tot gevolg. Een bredere inkijk achter de schermen van het soms toch wel hectische leven van de woordvoerder van Infrabel.

U bent nu sinds 2005 bij Infrabel. Wat deed u hiervoor?

Frédéric Petit: “Ik ben afgestudeerd aan de KU Leuven en heb daar mijn licentiaat Communicatiewetenschappen behaald. Hierna heb ik nog een master Journalistiek bijgedaan op het Vlekho in Brussel. Op mijn 23e heb ik even gewerkt bij de dienst communicatie en marketing bij de toenmalige Generale Bank (Fortis). Hier heb ik het domein leren kennen in mijn toch wel eerste professionele en commerciële omgeving. Na 5 maanden hier te hebben gewerkt kreeg ik de mogelijkheid om te beginnen bij de spoorwegen, wat toen nog het voormalige NMBS was. Ik mocht kiezen tussen: direct woordvoerder worden van de NMBS of de communicatie doen in Antwerpen-Centraal. Daar waren ze toen aan de grote verbouwingswerken bezig in het station. Ik heb toen bewust voor dat laatste gekozen. Begin 2005 werd ik door de CEO van het nieuwe bedrijf Infrabel gevraagd om woordvoerder te worden”

Waarom ben je niet meteen gegaan voor het woordvoerderschap?

Frédéric Petit: “Ik was 23 jaar, pas afgestudeerd en ik voelde me nog een beetje jong om onmiddellijk woordvoerder te worden van zo’n grote onderneming. Het grote voordeel aan werken in Antwerpen-Centraal is dat ik sowieso niet continu aan een bureau zat maar ook echt in het werkveld. In die 5 jaar tijd heb ik veel verschillende vormen van communicatie kunnen doen en leren. Op die manier heb ik kunnen ondervinden wat mijn sterke punten zijn maar ook wat me boeit binnen communicatie.”

Hoe ziet een 'normale dag' er voor u uit?

Frédéric Petit: “Voor 2010 was ik oproepbaar op alle mogelijke ogenblikken van de dag, het hele jaar door. Nu is het wachtsysteem verdeeld, wat betekent dat ik nog maar om de week van dienst ben. De week dat ik niet van dienst ben vul ik dan door treinbezoeken, persacties of ga ik lesgeven in scholen. In de week dat ik van dienst ben weet ik dat ik op alle ogenblikken van de dag gebeld kan worden omdat er iets is gebeurd. Daarom plan ik die week niet al te veel in mijn agenda.

Mijn prototype dag ziet er als volgt uit: ik neem de trein om 06u15 om dan aan te komen om 7u30 in Brussel-Zuid. Ik ben dus nog voor de ochtendspits in Brussel wat natuurlijk een voordeel heeft, want op die tijd van de dag gebeurt er natuurlijk het meest. Ook kan ik vanuit Brussel relatief snel ter plaatse gaan. Bij het treinongeval in Wetteren moest ik vertrekken vanuit mijn woonplaats in Sint-Truiden wat dan natuurlijk veel langer duurt.”

Een van de zaken die ik altijd meegeef als je begint als woordvoerder is: weet dat als je eenmaal thuis bent, je de knop op een of andere manier moet omdraaien.

Kan u uw stress en emoties makkelijk onder controle houden op hectische momenten?

Frédéric Petit: “Een van de grote troeven die je moet hebben als woordvoerder is, behalve het feit dat je flexibel en bereikbaar moet zijn, ook dat je stressbestendig bent. Als er een telefoontje binnenkomt met de melding dat er iets is gebeurd geeft dat toch nog altijd een kick, een adrenaline boost. Het is natuurlijk een andere situatie als er dodelijke slachtoffers zijn. Dan heb je het emotionele aspect. Maar als woordvoerder moet je daar het juiste evenwicht in vinden. Enkele jaren geleden was er dodelijk ongeval met een jongetje van zeven jaar in Anzegem. Hij had een overweg overgestoken op een moment dat het niet mocht. Zowel de media als ik waren onmiddellijk ter plaatse maar ook de ouders van dat jongetje waren daar. Op dat moment was mijn dochtertje twee jaar en dat zijn zo van die zaken die er echt inhakken. Maar bij zo’n ongevallen moet je de knop omdraaien en professioneel zijn.

Een van de zaken die ik altijd meegeef als je begint als woordvoerder is: weet dat als je eenmaal thuis bent, je de knop op een of andere manier moet omdraaien. Bij mij gaat dat gepaard met heel veel sporten en bezig zijn met mijn dochtertje maar iedereen moet dat doen op zijn eigen manier. Door de jaren heen leer je dit wel. "

Vaak moet u de pers te woord staan in geval van crisicommunicatie. Wordt er op voorhand nog snel overlegd met een team wat er gezegd gaat worden of beslist u dit helemaal zelf?

Frédéric Petit: “We hebben ook Franstalige woordvoerders, dus er moet een soort van afstemming zijn zodat de basis toch hetzelfde blijft. Maar omdat ik al zolang meedraai in de wereld van de spoorwegen en de communicatie weet ik meestal inderdaad al wat ik ga zeggen. Wel wordt er vooraf eventjes een afstemming op basis van informatie gedaan zodat we weten of iedereen akkoord is.

Bij een ontsporing of een botsing tussen twee treinen is er ook altijd even overleg met de persdienst van de NMBS om toch een aantal zaken kort te bespreken. We weten natuurlijk wat de bevoegdheden zijn van de NMBS en de bevoegdheden van Infrabel, maar een beetje afstemming kan nooit kwaad.”

Frédéric Petit aan het woord
Frédéric Petit aan het woord

Hebt u ooit al eens spijt gehad van iets wat u (niet) hebt gezegd tijdens een interview?

Frédéric Petit: “Meestal ben ik tevreden. Bij een interview gebeurt het heel zelden dat je echt 100% tevreden bent. Het makkelijkste interview om te doen, omdat ik dan volledig zelf de controle hebt als woordvoerder, is een live radio-interview. Er kunnen nog altijd lastige vragen gesteld worden maar er kan niet in geknipt worden. Televisie-interviews zijn anders. Bij een treinramp is er een natuurlijk een bepaalde soort van berichtgeving en heeft de journalist zijn reportage al in gedachten. Het kan natuurlijk wel zijn dat ik op een bepaalde manier eens heb gereageerd of dat ik non-verbaal iets beter niet had gedaan. Dat gebeurt weleens, maar gelukkig niet veel.

Het leuke is wel dat de journalist mij nog steeds kan verassen. Vaak is het allemaal een automatische piloot en kan je hun vragen perfect voorspellen. Een spel tussen journalist en woordvoerder is leuk. De kunst is dan om daar op een subtiele manier een draai aan te geven zonder dat het opvalt. Het is een soort van ‘bridging-techniek’. Je gaat telkens via een bruggetje naar die standaard boodschappen, maar je verliest niet uit het oog dat je hier bent om op de eerste plaats het bedrijf te beschermen.

Je hebt spelregels tussen de journalist en woordvoerder. Er zijn verschillende soorten van journalisten. Sommige journalisten zijn heel lief en staan zogezegd aan jouw kant omdat ze denken dat ze op die manier de meeste informatie kunnen verkrijgen. Maar dan durven ze af en toe opeens in de aanval gaan door een heel zware en straffe vraag te gaan stellen.”

Komt u vaak in contact met 'fake news'?

Frédéric Petit: “Met fake news hebben wij minder vaak te maken in België. Wel de manier waarop het gebracht is. De hype tegenwoordig is framing. Dat is de manier waarop dat bepaalde termen of onderwerpen in beeld worden gebracht. Je moet je hier dan tegen wapenen en weten dat het een fenomeen is dat heerst.

Wat wel vaak gebeurt is dat gewone mensen maar ook beroemde mensen foto’s gaan verspreiden als ze kort of op de sporen staan. Dit druist natuurlijk volledig in tegen onze strategie omtrent veiligheid. Dit is niet echt fake news maar dit zijn wel zaken die we willen vermijden en die tegenstrijdig zijn met wat wij willen bereiken.”

Ik moet nu spontaan denken aan Karen Damen die de foto voor haar albumplaat heeft getrokken op een treinspoor en de commotie die hierrond is ontstaan.

Frédéric Petit: “Ja zo van die zaken willen we dus uiteraard vermijden. Ze genereren sowieso media-aandacht. En dan is het kijken hoe je even kan samen werken met die personen. We hebben dan contact opgenomen met haar management en het is daarna wat aangepast.

Maar het is niet enkel Karen Damen waarbij we dit zien, het gebeurt eigenlijk veel te vaak. Zo waren er eens politici die tijdens hun campagne een groepsfoto getrokken hadden op het spoor omdat mobiliteit voor hen belangrijk was. Hun slogan luidde dan ook “samen op hetzelfde spoor”. Zo van die zaken zijn natuurlijk zeer vervelend. "

Meestal moet u communiceren over negatieve onderwerpen. Hoe gaat u hiermee om?

Frédéric Petit: “Wel, ook ‘negatief’ nieuws vormt een opportuniteit. Je moet relatief snel dat negatieve verlaten en overgaan naar de oplossing. Bijvoorbeeld praten over de alternatieven voor de reizigers, de concrete maatregelen, investeringen die je doet of het onderzoek dat volop bezig is. Op die manier geef je een actieve en positieve draai aan de berichtgeving. Ik probeer dit altijd te kaderen aan de strategie van het bedrijf. In de beginjaren was dit natuurlijk iets moeilijker.”

Welke zijn volgens u de troeven om woordvoerder te worden?

Frédéric Petit: “Je moet het echt graag doen. Je werk moet niet je werk alleen zijn maar ook ergens een soort van passie. Dat is een zeer belangrijk punt. Voor mezelf is dit beroep heel gevarieerd en wil ik steeds een uitdaging hebben maar vooral ook mezelf heruitvinden. Ook moet je als woordvoerder zeer bereikbaar zijn. Je gsm is het verlengde van je arm, waar je ook bent. Ook flexibiliteit is belangrijk en af en toe je gestructureerde agenda kunnen laten vallen als er plotseling iets gebeurt. Er zijn collega’s geweest die de functie graag deden maar door die flexibiliteit en bereikbaarheid toch hebben afgehaakt.

Ook als je een gezin hebt moet je erover nadenken hoe dit verder kan. Het zijn soms ook zeer korte nachten en je moet altijd en vroeg de verplaatsing maken naar Brussel. Daarom is het dus echt belangrijk dat je het graag doet. Nog belangrijk is dat je het bedrijf waarvoor je werkt door en door kent. Je moet de projecten kennen maar ook een grote dossierkennis hebben. Zoals ik eerder al zei, moet je zeer stressbestendig zijn. Ook moet je heel goed weten wat je wel en niet mag zeggen. Je moet een soort van filter hebben voor jezelf. Je moet alles van A tot Z weten. Dit wil niet zeggen dat je alle details die je kent, ook automatisch moet gaan vertellen. Soms denken mensen dat veel vertellen aan de pers, ook meteen beter is maar dat is niet zo. Je moet altijd denken in functie van het verdedigen van het bedrijf en bepaalde soort van informatie geven op die specifieke manier.”