Een babbel met Britt

‘Britt’, dat klinkt voor jou allicht als een meisjesnaam. Je kent misschien iemand die zo heet, of je denkt meteen aan een BV. Of je denkt er helemaal niet bij na, het klinkt voor jou als een naam zoals elke andere. Maar voor mij was ‘Britt’ niet zomaar een naam, hoewel ik ook niet echt iemand kende die zo heette. Ik hoorde bij mijn oma rond de keukentafel altijd verhalen over Britt, waar ze vroeger op ging babysitten. En die verhalen klonken mij in de oren als sprookjes. Wat zij deed, dat wou ik ook doen als ik later groot was. En dat maakte van Britt een soort van mythisch figuur, en bovendien een voorbeeld, zonder dat ik haar ooit had gezien. Het sprookje begon in de middelbare school.

De aanhouder wint (maar winnaars moeten niet altijd aanhouden)

Ze begon als flinke student in de richting Latijn. Tot ze een vriendin hoorde vertellen die Kleding studeerde. ‘Kan je ook leuke dingen doen op school?’, dacht Britt spontaan. En als je kan kiezen tussen iets wat je eerder nutteloos vindt en iets wat je leuk vindt, heb je die keuze snel gemaakt. Na de opleiding ging ze dan ook proberen bij de Modeacademie. Tekenen was echter niet haar sterkste punt, en tegen alle mensen met grote kaften en uitpuilende portfolio’s kon ze niet op. Na een voorbereidingsjaar te volgen probeerde ze opnieuw, en de aanhouder wint: deze keer mocht ze beginnen.

Het jaar dat daarop volgde was lood- en loodzwaar. Dag en nacht werken, af en toe zelfs wat hulp van mama inschakelen. Maar moeilijk gaat ook, en Britt mocht beginnen aan haar tweede jaar. Maar wou ze dat eigenlijk wel? Ze maakte de afweging en besloot dat je wel echt extreem veel passie voor het vak nodig had om het helse tempo vol te houden. En passie had ze, maar misschien niet in die mate. Dus bedankte ze vriendelijk en vertrok ze op pad naar haar volgende uitdaging.

From Paris with love

Na even zoeken vond ze een cursus maquillage. Dat lag haar misschien ook wel? Maar Britt levert geen half werk – wat ze doet, doet ze goed. Dus met een avondcursusje ergens nam ze geen genoegen. Ze pakte haar koffers en vertrok naar Parijs. Een half jaar lang volgde ze er een opleiding tot visagiste. En dan natuurlijk daad bij het woord voegen; ze ging aan de slag als freelancer. Ze woonde toen echter in een huis samen met vrienden, en ze had toch graag wat sneller wat meer geld? Na een tijdje had ze naar eigen zeggen door dat je daarvoor niet als freelance visagiste moet werken, snel en veel geld vind je daar niet op één twee drie. Tijd voor de volgende denkoefening: wat nu?

Magazines maken, dat wou ze eigenlijk wel graag doen. Wat moet je daarvoor studeren? Ah ja, journalistiek. Dus dat was simpel, dat ging ze doen. En daar ontdekte ze haar talent voor schrijven. Daarvoor stond ze er nooit bij stil, maar daar was ze precies toch goed in. Interviewen, babbelen, bedenken; tof! Na een goede twee jaar studie volgde een stage bij Knack Weekend. En na wat bochten en omwegen kwam ze er een paar jaar later weer terug terecht. Nu ja, niet echt bij Knack Weekend, maar wel op dezelfde plaats. Dit keer bij een decoratiemagazine. En toen- toen kwam het.

Op haar in zelfgemaakte kleren gehulde lijf geschreven

‘Ik heb een idee voor een nieuw magazine, wie heeft zin om er aan mee te werken?’, kwam iemand op een dag vragen bij Britt op de redactie. Ze stemde in, en eigenlijk zou ik kunnen zeggen, ‘En de rest was geschiedenis’, maar dat zou wat kort door de bocht zijn. Het opzet was om een magazine te maken vertrekkend van de toen opkomende trend van het naaien. Dat was plots weer cool, en daar gingen ze dus iets rond doen. En natuurlijk had Britt genoeg ervaring in zowel de wereld van de media als de wereld van de mode. Perfecter kon niet.

Voor de eerste editie moesten ze het doen met een beperkt budget, om niet te zeggen geen budget. Alles werd door het kleine team gedaan; ontwerpen, stoffen kiezen, modellen zoeken (of zelf model staan), locaties zoeken, vormgeving… Maar ze hadden iets goed te pakken. La Maison Victor bleek een DIY-vormig gat in de markt te vullen, en sprak de nieuwe maar ook oudere generatie naaisters aan.

En ze leven nog lang en gelukkig

Na vijf jaar vormt Britt het kloppend hart van La Maison Victor. Als hoofdredactrice lives and breathes ze het magazine. Ze was er al van in het begin bij, en werkt pas sinds kort niet meer fulltime om meer bij haar twee kleine kindjes te zijn. Maar voorlopig begint zo nog niet aan een volgende tocht, want het magazine blijft stijgen in een dalende markt. Lezers kunnen hun hart ophalen aan de gezellige artikels, geïnspireerd worden door nieuwe technieken, bijleren door de beschrijvingen, en trots rondlopen in eigen, zelfgemaakte stukken. Van Vlaanderen tot Oostenrijk, in de krantenwinkel of op de website, als cadeautje voor jezelf of als trouwe abonnee; La Maison Victor verblijdt nu al even tweemaandelijks talloze enthousiaste creatievelingen. En ze zijn er op de redactie gelukkig van plan om hier nog even mee door te gaan.

Na aan haar keukentafel gezeten te hebben in plaats van verhalen over haar te horen rond die van mijn oma, kan ik bevestigen dat Britt wel degelijk bestaat. Geen legende, geen sprookjesfiguur, maar wonend in een mooi herenhuis dat ze al jaren renoveert met een tipi voor haar kindjes in de keuken (met een arm knitted dekentje onder: techniek terug te vinden in een van de nummers van La Maison Victor). Maar nog altijd iemand die ik graag zou zijn, later als ik groot ben.