Roos Van Acker: "Ga op zoek naar de Paarse Koe!"

Ze maakte van haar passie voor taal en muziek haar job. Als radiopresentatrice bij Studio Brussel en lector mondelinge communicatie op Thomas More kent Roos Van Acker als geen ander het belang van goede communicatie. Haar belangrijkste tip? Ga op zoek naar de Paarse Koe!

 Roos en ik, in de studio van StuBru.  — by Sander Appeltans
Roos en ik, in de studio van StuBru.  — by Sander Appeltans

Hoi Roos! We kennen jou natuurlijk allemaal van televisie en van Studio Brussel, maar hoe ben je eigenlijk in de mediasector terecht gekomen?

Roos: Toen ik 17 was, ben ik met een bandje begonnen: Eden. We schreven alles zelf. We repeteerden in een caravan! We hebben een paar hitjes gehad die op Studio Brussel werden gedraaid. Via mijn manager kwam ik te weten dat er, net toen ik afstudeerde, een eigen versie van MTV zou beginnen in Vlaanderen, namelijk TMF. Ik solliciteerde en werd meteen aangenomen! Ik had me nog ingeschreven voor een extra jaar communicatie, maar dat heb ik door mijn job bij TMF niet meer gedaan. Ik heb het eigenlijk in de praktijk geleerd. (lacht) TMF, dat was eigenlijk veredelde radio, dat was een speeltuin, allemaal jonge mensen. Ik kwam dus in de media terecht via mijn manager en zo is de bal aan het rollen gegaan.

Ik heb veel geluk gehad, maar ik heb wel altijd enorm mijn best gedaan!

Nadien vroeg Studio Brussel mij eens om in te vallen voor iemand. Ik deed heel hard mijn best omdat ik hier graag wou presenteren. Jan Hautekiet was toen baas en belde me de dag nadien of ik niet wou komen werken voor Studio Brussel. En hup, zo deed ik TMF en StuBru. Nog later belde VT4 om Expeditie Robinson te presenteren. Ik heb veel geluk gehad, maar ik heb wel altijd enorm mijn best gedaan! En ik presenteer nu nog steeds op Studio Brussel, voor de oudere garde dan wel. (lacht)

Zing je nu nog steeds?

Roos: Onder de douche! (lacht) Ons bandje bestond uit enkele vrienden van in de buurt. We zijn nu nog steeds vrienden! We zien mekaar nog veel en barbecueën samen in de zomer. Een paar jaar geleden zijn we opnieuw samengekomen om weer wat muziek te maken. Dat was superleuk, maar we merkten dat we zijn blijven hangen in de jaren 90. Op zich is dat niet zo erg, maar als ik dan luister naar de radio en alle nieuwe dingen, denk ik: “Die kunnen dat allemaal veel beter dan wij.” Daarom zijn we er terug mee gestopt, maar stel dat onze drummer weer een keertje belt omdat er iemand jarig is of omdat iemand uit de buurt gaat trouwen, dan komen we wel weer samen. (lacht)

Er gaat bij StuBru veel veranderen vanaf februari.

Je bent dus al van in het begin van je carrière radiopresentatrice bij Studio Brussel. Zijn er grote verschillen tussen vroeger en nu?

Roos: Vroeger was het meer “met het vingertje”, als in “wij weten wat goed voor je is”. Dat is nu niet meer. Muzikaal is er natuurlijk ook veel veranderd. Niet wat ik doe, ik maak al jaren mijn eigen playlists en draai echt nog de oude platen. Ik merk dat mijn publiek van vroeger is meegegroeid en nog steeds houdt van die platen. Maar de stijl van StuBru in het algemeen is wel veranderd. Ik denk dat we door Music For Life veel breder zijn geworden qua muziekkeuze. Het alternatieve is er iets meer af. Vroeger hadden we meer gespecialiseerde programma’s. Die hebben we nu nog, maar minder.

Ik mis ook wel het inhoudelijke aspect, maar ik denk dat dat aan de leeftijd ligt. We mogen wat meer informatie geven vind ik. Ik zoek echt heel veel weetjes op om te vertellen bij mijn platen. Er zijn nu ook grotere ploegen. Ik had vroeger wel een producer, maar tegenwoordig heb je bijvoorbeeld ook een webi nodig. Online is heel belangrijk geworden. Studio Brussel blijft namelijk ook een jongerenzender. Ik ben blij dat ik er nog mag presenteren! (lacht)

Er gaat wel veel veranderen vanaf februari. We gaan een nieuwe richting uit, maar meer mag ik niet vertellen! En ik mag blijven, joepie! (lacht)

Wat is voor jou het grootste minpunt aan de job?

Roos: Het opstaan! Ik ben eigenlijk geen ochtendmens, en al helemaal niet in het weekend. Ik ben hier ook helemaal alleen, tot de volgende persoon voor het volgende blok komt natuurlijk, en dat is soms wel lastig. Je moet jezelf continu motiveren, maar de muziek sleurt mij erdoor, net zoals de luisteraars die ook moeten werken op zaterdag en zondag of mensen met kleine kindjes die vroeg moeten opstaan. (lacht) Ik ben heel blij dat ik dit nog mag doen en ik doe het heel graag, maar ik zou ook graag eens uitslapen in het weekend. Ik heb soms wel eens zin om te zeggen “Potverdomme goedemorgen, het is alweer 7 uur en ik heb echt slecht geslapen deze nacht.”, maar wat heeft een luisteraar daar aan? Ik moet niet zitten zagen. Vaak word ik zelf ook gewoon vrolijk door te lachen op de radio, en door de muziek heel luid te zetten en mee te dansen. (lacht)

Krijg je veel reacties van luisteraars tijdens je ochtendshows?

Roos: Ja, zeker nu via de app van Studio Brussel. Dat maakt mij ook vrolijk zo vroeg in de ochtend. Ik dacht altijd “Er luistert niemand, iedereen ligt nog te slapen.”, maar er zijn nu echt luisteraars die mij een goedemorgen wensen of vragen hoe het met mij gaat via de app of via Facebook. En dat groeit en groeit! Ik probeer iedereen te antwoorden en te vragen hoe het met hen gaat, maar dat lukt niet meer altijd omdat het zo een grote groep is.

Verzet je radio maar als je me niet graag hoort.

De luisteraars zijn echt heel lief! Vroeger was dat al eens anders. Mensen konden heel grof zijn, maar dat is zo in de media. “Beter zwart-wit dan een grijze muis” denk ik dan maar. Ik kan me wel nog steeds druk maken om een negatieve mail of dergelijke. Dat is normaal denk ik, een olifantenvel ga ik nooit krijgen. Je weet dat je commentaar kan verwachten wanneer je een publieke job hebt, positief en negatief. Mijn vader was mijn grootste criticaster, maar wanneer het van iemand is die dicht bij mij staat, kan ik dat aanvaarden en eruit leren. Het kan wel kwetsen wanneer mensen sturen “Van Acker, stomme trut, houd uw mond en laat het over aan de jongeren.”, maar uiteindelijk denk ik dan: “Als ze een sms versturen naar Studio Brussel om dat te schrijven, betalen ze er nog voor ook.” (lacht) Mensen die zoiets doen, hebben vooral een probleem met zichzelf denk ik. Verzet je radio maar als je me niet graag hoort (lacht).

Vind je dat er een groot verschil is tussen presenteren op de radio en presenteren op televisie?

Roos: Ja, ze zien mijn smoelwerk nu niet! (lacht) Hoewel in de studio nu ook overal camera’s op je gericht staan en luisteraars de beelden kunnen volgen via de app en online, blijft de bedoeling van radio dat je ons niet ziet en alleen maar hoort natuurlijk. Dat vind ik aan de ene kant wel positief. Het is makkelijker voor de gevolgen, omdat mensen alleen je stem kennen. Nu ik enkel radiopresentatrice ben, is mijn leven rustiger geworden. Ik voelde me vaak opgejaagd wild wanneer ik buiten kwam en steeds herkend werd. Ik kon daar niet zo goed mee omgaan. Ik ben er niet negatief over, maar het is gewoon rustiger nu… hoewel ik niet zo een rustig beestje ben. (lacht)

Muziek is altijd de rode draad geweest, heel mijn leven lang.

Aan de andere kant gebruik ik mijn gezicht heel veel wanneer ik vertel. (lacht) Ik heb een enorme mimiek en mij op die manier uiten mis ik soms wel op de radio. Wanneer ik een grapje maak bijvoorbeeld: je zou aan mijn gezicht sneller zien dat het sarcastisch bedoeld is. Ik presenteerde heel graag op televisie en mis het dus wel, maar ik denk dat ik radio net iets leuker vind. Muziek is altijd de rode draad geweest, heel mijn leven lang. Ik houd van muziek en ik zing ook nog graag, al is het nu enkel onder de douche. (lacht)

Je hebt o.a. Expeditie Robinson en Peking Express gepresenteerd, dus ik neem aan dat je wel wat hebt moeten reizen voor je job. Wat vond je daarvan?

Roos: Echt geweldig! Ik heb de wereld gezien door de programma’s die ik heb gemaakt. Wie kan dat zeggen? Het was wel afzien, zeker Peking Express, maar zo fijn! En ik werd er nog voor betaald ook! (lacht)

Was je dan telkens hele lange periodes weg?

Roos: Ja! Ik was heel weinig thuis. Ik denk dat ik altijd een half jaar in het buitenland zat omdat die twee opnames vaak samenvielen. Ik reis nog steeds heel graag, maar veel minder. Nu word ik er niet voor betaald natuurlijk, dat is jammer. (lacht)

Ik zie graag nieuwe dingen, je groeit daar zo van. Ik denk dat veel mensen die een wat bekrompen mening hebben eens van onder de kerktoren weg moeten en moeten reizen. Dat kan een mens enorm veel deugd doen. Boeken lezen helpt ook! Zo krijg je een brede kijk op de wereld en kom je te weten hoe het ergens anders is. Dan besef je ook vaak hoe goed we het hier hebben en ga je veel minder zagen. Zeker door de opnames die ik gedaan heb: wij zaten echt in gebieden waar bijna geen toeristen kwamen. Ik heb veel miserie gezien en dat doet je ogen wel openen.

Ik denk dat veel mensen die een wat bekrompen mening hebben eens van onder de kerktoren weg moeten en moeten reizen.

Zijn er bepaalde hoogtepunten uit je carrière die je echt nooit zal vergeten?

Roos: Veel! Vooral momenten tijdens Peking Express. Voor de allereerste opnames zaten we bijvoorbeeld in Mongolië en alles is daar steppe. De hoogste struik die je daar tegenkomt is 30cm, dus je kon je niet echt verstoppen. Ik was als eerste wakker, want ik moest me nog oplappen voor een spel en al de rest was nog aan het snurken. Ik ging naar toilet: een gat dat we gegraven hadden in de grond met een stoel met een gat erin erbovenop. Terwijl ik daar zat, kwam er een bende wilde paarden voorbij op nog geen 100m afstand! Dat was zo schoon en ik dacht: “Zie mij hier nu zitten, ik ben gewoon een kakske aan het doen.” (lacht) Dat klinkt onnozel, maar dat was een van de mooiste momenten! En in China, in Tibet, stonden we op een berg van 5008m hoog. Ik weet het nog, want we moesten soms zulke weetjes vanbuiten leren om aan de mensen te vertellen. (lacht) Er was weinig zuurstof, maar je had er zo een prachtig uitzicht!

Tijdens Expeditie Robinson zaten we eigenlijk vast op het productie-eiland dus konden we niet superveel zien, maar het feit dat wij iedere ochtend naar het werk gingen met de boot was fantastisch. We namen dus alles op op de eilanden van de deelnemers en gingen van het productie-eiland met de speedboot naar daar.

Ik heb dus hele mooie momenten, vooral in de natuur, meegemaakt waar mijn mond van openviel, en dat allemaal door mijn werk. Het zijn vooral dat soort momenten die ik onthoud. Maar ook gesprekken met tolken die altijd bij mij waren. Of het eten in China. Fantastisch lekker en helemaal anders dan wij hier kennen. Een hele andere cultuur, maar zo intrigerend. We kunnen nog veel leren van de Chinezen.

Heb je belangrijke tips voor iemand in de communicatiewereld of mediasector?

Roos: Ik merk dat beeld heel belangrijk is geworden. Ik herinner mij uit mijn studententijd dat de professoren neerkeken op de beeldenmaatschappij, en nu is het alleen maar beeld. Dus spreek met beelden. Je moet ook heel gevat zijn in je taal. Je copywriting moet zeer slim zijn. Je moet humor hebben en origineel zijn. Wat de Aldi doet bijvoorbeeld: soms zijn dat zo’n flauwe grappen, maar het werkt en het trekt mijn aandacht. Dus Aldi is goed bezig wat mij betreft. (lacht)

Ga op zoek naar de Paarse Koe! Oei, eigenlijk is dat Milka hè? De Rode Koe dan!

Ga op zoek naar de Paarse Koe! Ken je dat? Als je langs een wei met koeien rijdt, zal je niet echt geïnteresseerd zijn, maar als er een paarse koe in die wei zou staan, zou je wel kijken. Je moet altijd de aandacht trekken. Ga dus op zoek naar De Paarse Koe! Oei, eigenlijk is dat Milka hè? De Rode Koe dan! (lacht) Je moet vooruit en mee met je tijd. Doordat ik lesgeef en met jongeren omga, merk ik hoe zij denken. Zij helpen mij ook! Ze hebben mij bijvoorbeeld een Snapchat-account aangemaakt. Ik leer ook van hen!

Inderdaad, je doceert op Thomas More. Vanwaar kwam het idee om te doceren?

Roos: Lesgeven is altijd mijn Plan B geweest: “Als het niet meer lukt in de media ga ik Nederlands geven!” Ik doceer nu niet echt Nederlands, maar wel mondelinge communicatie en laat wat ik goed kan en wat ik graag doe nu net tetteren zijn! (lacht) Ik haal alle taalfouten die ze maken eruit. Dat is mijn stokpaardje.

Ik heb Germaanse Talen gestudeerd aan de universiteit van Gent, Nederlands en Engels, en daarvoor heb ik altijd dictie en voordracht gevolgd. Mijn vader is zelf opgevoed in het dialect in Eeklo, en dat is iel plat (lacht). Hij wou dat zijn dochters goed Algemeen Nederlands konden praten en was daar heel streng in, maar het heeft mij geen windeieren gelegd: ik heb er uiteindelijk mijn beroep van gemaakt en ik was ook zot van de Nederlandse taal. Mijn grootvader was schrijver, dus waarschijnlijk zat die taalliefde er wel al een beetje in.

Als ik iemand die presenteert op radio of televisie een taalfout hoor maken, vind ik dat vreselijk!

Wat mijn pa mij heeft meegegeven en wat ik heb gestudeerd, geef ik door aan mijn studenten. Ik hoop dat ik hen de liefde voor taal zo een beetje kan meegeven. Het is soms muggenzifterij, ik weet het: ‘Wat is het verschil tussen geregeld en regelmatig?’ of het is ‘ik heb gewonnen’, niet ‘ik ben gewonnen’. Ik vind dat zelf heel belangrijk! Als ik iemand die presenteert op radio of televisie zo een fout hoor maken, vind ik dat vreselijk! Er mag al eens een accentje tussen zitten en we maken allemaal fouten, maar het is dus ‘ik HEB gewonnen’! (lacht) Herve (nvdr. Van de Weyer) post dat ook altijd op Twitter, van die taalfoutjes. (lacht)

Je leven speelt zich nu dus voornamelijk naast de camera’s af. Heb je hier bewust voor gekozen?

Roos: Deels wel. Misschien verschijn ik ooit nog wel terug op televisie, maar ik denk dat dat moeilijker wordt als je wat ouder bent als vrouw. Als ik ooit terug op televisie wil presenteren, zal het toch vooral uit mezelf moeten komen. We hebben wel nog wat oudere dames op televisie, maar als ze een jong en fris gezichtje hebben, denken ze iets minder aan ons. Je moet je dan ook meer focussen op het inhoudelijke, dan ga je langer mee. Denk maar aan Martine Tanghe. Zij is nog altijd een van mijn grote voorbeelden.

Hoe ziet een typische werkdag er voor jou uit?

Roos: Ik doe eigenlijk veel verschillende dingen: door de week lesgeven, in het weekend radio. Ik geef ook heel veel presentaties: bedrijfspresentaties, feesten… Daarnaast doe ik theater! Ongeveer een jaar geleden ben ik gestart met een show samen met Pascale Platel en Nele Van den Broeck, en we gaan die nu hernemen.

Mijn dagen zijn heel erg uiteenlopend, maar ik start wel altijd met de radio aan te zetten en de kat eten te geven. (lacht)

Ik moet er echt voor zorgen dat ik een vrije dag probeer in te lassen. (lacht) Ik vervang veel mensen, voor presentaties bellen ze vaak op het laatste nippertje en ik kan heel moeilijk ‘nee’ zeggen. Misschien heb ik iemand nodig die me kan helpen plannen. (lacht) Mijn management en boekhouding enzovoort doe ik allemaal zelf. Het is misschien een goed voornemen, terwijl ik niet zo houd van goede voornemens, dat ik iets meer vrij probeer te nemen. Ik merk dat ik anders te weinig energie heb om het leuk te maken in mijn job en dat zou ik niet willen. Een beetje meer sporten zou eigenlijk ook wel helpen. (lacht) Mijn dagen zijn dus heel erg uiteenlopend, maar ik start wel altijd met de radio aan te zetten en de kat eten te geven. (lacht)

Zou je kunnen kiezen tussen presenteren op radio, op televisie of lesgeven?

Roos: Moeilijk! Ik houd van nieuwe dingen en heb het nodig om mezelf uit te dagen. Ik ben ook een Weegschaal (lacht) Ik wil nu niet zeggen dat mijn sterrenbeeld mij bepaalt als mens, maar ik kan heel moeilijk kiezen. Kiezen is verliezen hé.

Zijn er nog andere dromen of doelen die je zou willen bereiken?

Roos: Een mens moet blijven dromen. Dat is belangrijk, vastzitten helpt niet. Sowieso veel reizen. Nieuw-Zeeland en Australië staan bovenaan mijn lijstje! IJsland heb ik ook nog nooit gezien. Dat alleen al: reizen en nieuwe dingen ontdekken. Misschien mezelf voortplanten. (lacht) En misschien nog eens een tv-programma maken. Dat is niet echt een droom meer, maar toch, we zien wel.