"Een dieet: veel meer dan vermageren alleen."

Wie denkt dat een diëtiste enkel mensen helpt te vermageren, zit er volledig naast. Er komt veel meer bij kijken dan we algemeen denken. Mieke Claes is al tien jaar klinisch diëtiste aan het Sint-Trudo Ziekenhuis in Sint-Truiden en ondertussen twee jaar diensthoofd. Zij vertelt in dit interview wat er effectief van haar verwacht wordt, op welke manier ze met haar patiënten communiceert en hoe de communicatie verloopt binnen het ziekenhuis.

by Bram Deltour
by Bram Deltour

Wat houdt je beroep precies in? Is het echt alleen maar mensen helpen met afvallen?

Mieke: “Nee hoor! Wanneer mensen het woord diëtiste horen, denken ze inderdaad meteen aan het woord dieet wat mensen spontaan gaan associëren met vermageren. Mensen helpen afvallen is maar een heel klein deeltje van mijn functie. We helpen vooral mensen die bijvoorbeeld opnieuw juist moeten leren eten, die slikstoornissen hebben, een slechte voedingstoestand hebben, ondervoed zijn of die revalideren van bijvoorbeeld een hartinfarct etc. Wij zorgen ervoor dat de patiënt de juiste voedingsstoffen binnenkrijgt. Ondertussen werk ik al tien jaar als diëtiste in het Sint-Trudo ziekenhuis. Dit op verschillende afdelingen. Iedere afdeling heeft namelijk zijn eigen diëtiste zoals nierdialyse, geriatrie, heelkunde, kraamafdeling, oncologie… Per afdeling is onze job dan ook zeer variabel. Op dit moment sta ik op de nierdialyse, de revalidatie en de kraamafdeling. Op de nierdialyse moet ik vooral het eten bijsturen in geval van afwijkende bloedwaarden. Als wordt opgemerkt dat bijvoorbeeld het fosforgehalte van een patiënt te hoog is, word ik gecontacteerd en gaan we kijken hoe de patiënt zijn voeding kan aanpassen met als doel de juiste waarden te bekomen.”

Wanneer mensen het woord diëtiste horen, denken ze inderdaad meteen aan dieet wat mensen spontaan gaan associëren met vermageren.

Hoe communiceer je ten opzichte van je patiënten?

Mieke: “Dat hangt natuurlijk af van de persoon die voor je zit. De ene patiënt is de andere niet. Soms kom je patiënten tegen die bijvoorbeeld helemaal niet gemotiveerd zijn. Anderen dan weer wel. Neem bijvoorbeeld een patiënt op oudere leeftijd met type 2 diabetes. Er zijn er veel die erg gemotiveerd zijn om hun voeding aan te passen. Maar er zijn er ook die denken: “Als ik morgen doodval, dan is dat maar zo.” Die mensen zal je nog meer moeten motiveren. Het is zeer belangrijk dat ze een goede uitleg krijgen over wat diabetes precies is en wat de gevolgen kunnen zijn als ze niet therapietrouw zijn. Indien een diabetespatiënt zich niet goed verzorgt, kunnen bijvoorbeeld kleine bloedvaatjes in de ogen aangetast worden met een slecht zicht of zelfs blindheid tot gevolg. Het is dus belangrijk om de patiënt goed te informeren. Als de patiënt niet goed geïnformeerd is waarom hij rekening moet houden met die suikers, gaat hij waarschijnlijk ook minder gemotiveerd zijn. Specifiek voor diabetespatiënten zijn er ook diëtisten en verpleegkundigen met een extra opleiding tot diabetes educator. Zij zijn, uiteraard onder supervisie van een arts gespecialiseerd in diabetes, de best geplaatste personen om deze patiëntenpopulatie te begeleiden. Een ander voorbeeld zijn dialysepatiënten. Deze mensen moeten meestal voor de rest van hun leven, tenzij ze een transplantatie ondergaan, ongeveer drie keer per week naar het ziekenhuis komen. Hen moet je ook heel goed motiveren, want zij redenen vaak: “Ik moet niet op mijn eten letten, want de dialyse regelt dat voor mij.” Maar dat is niet helemaal zo. De dialyse filtert het bloed, maar onder andere de voeding en de medicatie zijn ook zeer belangrijke puzzelstukken om tot een goed geheel te komen. Tot slot is luisteren naar je patiënt ook zeer belangrijk. Een dieet is vaak heel ingrijpend voor de patiënt dus als ze weten dat je naar hun verhaal luistert, kan je ook rekenen op meer engagement.”

Hoe reageer je als patiënten niet willen meewerken?

Mieke: “Ik probeer me altijd heel menselijk op te stellen tegenover een patiënt. Ik wil zeker niet te streng zijn want dat werkt niet. De aanpak zal natuurlijk verschillen van diëtiste tot diëtiste. Ik zal hen eerst vragen waarom ze niet willen meewerken, want vaak schuilt er wel een verhaal achter: de ouderdom bijvoorbeeld, de voorgeschiedenis van een ander familielid in een vergelijkbare situatie, etc. Ik zal dan ook altijd begrip tonen en het proberen te kaderen. Toch ga ik ze alsnog proberen te overtuigen van het nut van het voorgeschreven dieet. Maar soms willen mensen echt niet. Dan moet je de beslissing van je patiënt ook respecteren. Vroeger liet ik dit moeilijker los en bleef ik proberen. Nu zal ik die tijd meer gebruiken voor andere patiënten die dan weer wat meer interesse of vragen hebben.”

Wat doe je als een patiënt een muur om zich heeft, maar je voelt dat hij toch geholpen wilt worden?

Mieke: “Non-verbale communicatie is hier denk ik zeer belangrijk. Welke lichaamshouding neem je aan, hoe ga je tegenover je patiënt zitten, etc. Soms helpt het ook als ik mezelf wat kwetsbaarder opstel en me op gelijke hoogte zet met de patiënt. Een babbel over het gewone leven kan vertrouwen doen winnen. Nadien merk je dat die muur stilaan verdwijnt en kunnen we samen de verdere gang van zaken bespreken. Bij deze mensen stel ik me ook extra empathisch op. Ik verwacht ook niet dat ze gaan eten als een konijn en enkel nog slablaadjes lusten. Een aangepast voedingsschema is voor velen vaak ingrijpend. Ik zal in zo een geval meestal voorstellen om van start te gaan met het aanpassen van drie punten. Nadien kan het dieet verder uitgebreid worden.”

Ik verwacht ook niet dat ze gaan eten als een konijn en enkel nog slablaadjes lusten.

Is je job confronterend?

Mieke: “Er zijn zeker situaties die blijven hangen. Jaren geleden heb ik een tijdje op de afdeling oncologie gestaan. Op deze afdeling kom je vaak jonge mensen tegen met kanker. Dit vond ik soms moeilijk om los te laten. Je leert de patiënten kennen en bouwt er een band mee op en dan is die persoon er ineens niet meer. In die tijd nam ik dat vaak mee naar huis. Doorheen de jaren leer je dat een plaats te geven. Maar het blijft soms moeilijk. Gelukkig kunnen we onder collega’s ons hart al eens luchten. Dit is dan ook zeer belangrijk binnen onze job. Natuurlijk kom ik ook veel mooie dingen tegen. Zo zijn de meeste patiënten je heel erg dankbaar. Dialysepatiënten zijn je dankbaar als ze zien dat hun bloedwaarden terug normaliseren dankzij kleine aanpassingen aan de voeding; Een palliatieve patiënt apprecieert het dat we dagelijks even op bezoek komen om te vragen waar hij nu echt zin in heeft om te eten; etc. Voor dit laatste voorbeeld moet je natuurlijk niet gestudeerd hebben. Maar het hoort bij de job en het geeft ook weer voldoening. Het is onze taak om mee te zorgen voor de patiënt en het geeft een fijn gevoel dat je nog iets hebt kunnen betekenen tijdens mogelijk de laatste dagen van hun leven.”

Je bent de laatste twee jaar ook diensthoofd van de diëtisten. Hoe verloopt de interne communicatie hier?

Mieke: “Het belangrijkste communicatiemiddel over heel het ziekenhuis genomen is KWS. Dit is een programma dat gebruikt wordt in verschillende ziekenhuizen. Sinds een tweetal jaren gebruiken wij het ook bij ons. KWS is zeg maar een centrale databank waar verslagen en nota’s instaan van de patiënten. Zo kan je als diëtiste de informatie raadplegen die je nodig hebt om je patiënt te begeleiden zoals het hoort. Het spreekt voor zich dat deze informatie enkel geraadpleegd mag worden in het kader van het uitoefenen van onze job. En wij zijn uiteraard ook gebonden aan het beroepsgeheim. Dat is niet meer dan normaal.

“Onze groep diëtisten zit samen op één bureau. We bestaan uit een zeer jong team en er is een open communicatie. Acute problemen of plotse wijzigingen worden mondeling besproken. We communiceren in een hartelijke sfeer, maar houden het professioneel. Wanneer ik merk dat er voldoende agendapunten zijn zoals de vakanties vastleggen, wijzigingen van afspraken, het volgen van bijscholingen… plan ik een dienstvergadering in. Dan zitten we met alle diëtisten samen en bespreken we de nodige punten.”

Merken jouw collega’s dat je boven hen staat?

Mieke: “Als diensthoofd ben je het aanspreekpunt voor je groep. Ik vind het dan ook zeer belangrijk dat ze bij mij met alles terecht kunnen. Dit gaat meestal over zaken die gerelateerd zijn aan het werk, maar soms kan het ook gaan over zaken uit de privésfeer. Wat het ook is, we zoeken altijd samen naar een oplossing. Toen ik deze functie kreeg, was het wel wat moeilijker om ‘boven’ mijn collega’s te staan en moest ik ook op mijn strepen staan. Ik kwam immers uit diezelfde groep en ineens word je diensthoofd. Je maakt je natuurlijk niet altijd populair met streng te zijn. Maar dat hoort er als diensthoofd nu eenmaal bij. Ondertussen is iedereen het gewoon en is de sfeer dik oké.”

Maken jullie ook gebruik van een sociaal medium om te communiceren?

Mieke: “We gebruiken geen sociaal medium voor professionele doeleinden, maar onder enkele collega’s hebben we bijvoorbeeld wel een groep op WhatsApp, maar dit is eerder voor privégebruik.”

Tegenwoordig kom je steeds vaker onderzoeken tegen naar wat gezond is en wat niet. Maar kloppen deze?

Mieke: “Vaak worden deze resultaten uit de context getrokken. Als ik zoiets hoor ga ik altijd naar het totaalplaatje kijken en dan zie je dat het soms gaat over een onderzoek met beperkte populatie. Is het resultaat dan voldoende representatief? Of soms verschijnen er resultaten, maar als je dan meer gaat lezen over het onderzoek blijkt het te gaan over een onderzoek met patiënten die te kampen hadden met een specifieke aandoening. Dat vergeten ze er in de media dan bij te zeggen. Dit is voor de consument zeer verwarrend. Als we hierover vragen krijgen, proberen we de patiënt voldoende te informeren en het onderzoek te kaderen. Vaak moeten wij zelf ook eerst extra informatie opzoeken voor we een antwoord kunnen formuleren. Ook voor ons diëtisten zijn de resultaten vaak tegenstrijdig of onduidelijk. Maar de kernboodschap is meestal: alles met mate en te is nooit goed. Wijzelf zijn ook niet heiliger dan de paus. Wij zullen ook al eens zondigen. En dat is geen probleem als je globaal genomen een gezond voedingspatroon aanneemt.”

Wijzelf zijn ook niet heiliger dan de paus.

Merk je een verschil in patiënten ten opzichte van vroeger en nu?

Mieke: “De patiënt is veel mondiger geworden doorheen de tijd, maar dat vind ik ook goed. Een patiënt mag mondig zijn. Uiteindelijk is het onze taak om te luisteren en hem verder te helpen. Daarvoor zijn we er. Wij krijgen uiteraard dagelijks vragen over voeding. Indien we het niet weten, zijn we hier ook eerlijk over. We zeggen de patiënt dat we het opzoeken en komen later terug met de juiste informatie. Soms krijgen we ook klachten over bijvoorbeeld het eten in het ziekenhuis. Ook dan is luisteren zeer belangrijk. Alles staat en valt met de wijze van communicatie. Een patiënt mag gerust zeggen dat hij ontevreden is. Want als hij het niet zegt, weten we het niet en kunnen we niet verbeteren. Op een gepaste manier omgaan met vragen of klachten van een patiënt kan wonderen doen.”

Alles staat en valt met de wijze van communicatie.
This article was originally published on comma